The Legacy of Music
Ahoy – Onvergetelijke concerthal

Ahoy – Onvergetelijke concerthal

15, February 2019

Ooit was Rotterdam als het om concerten ging het trotse epicentrum van de Nederlandse popmuziek. Alle groten der aarde kwamen vroeg of laat in de Ahoy terecht, om er doorgaans ook regelmatig terug te keren. Wie het sportpaleis ontgroeide, kon in een moeite doorschuiven naar de Kuip. Aan die hegemonie kwam jaren geleden echter een eind, wat vooral te wijten was aan zalen en stadions die elders verrezen, met name in 020 – zoals Amsterdam in de havenstand steevast aangeduid wordt. Ook al vinden er in Ahoy af en toe popconcerten plaats, het ziet er niet aan uit dat de oude tijden ooit zullen herleven. Dat is jammer, want het was altijd goed toeven in die grote, onhandige zaal op zuid.

Door: Robert Haagsma

Ahoy – Onvergetelijke concerthal

Een snelle blik op de agenda leert dat het komende jaar zowaar weer wat serieuze popconcerten plaatvinden in de Ahoy in Rotterdam: Florence + The Machine (25 maart), George Ezra (13 mei), Bryan Adams (16 juni) en Golden Earring (11 november). Mooie namen natuurlijk, maar het lijstje is schraal in het licht van het glorieuze verleden van het sportpaleis. Wie van muziek hield en het zich kon permitteren, kon er ooit wekelijks terecht, want elke artiest of band die het een beetje gemaakt had in Nederland meerde vroeg of laat aan in Rotterdam. En keerde daar doorgaans ook regelmatig naar terug.

De Ahoy was een typisch product van de naoorlogse wederopbouw in Nederland. In 1950 werd de expositie Rotterdam Ahoy! georganiseerd, waar de bezoekers konden bekijken hoe in de achterliggende vijf jaar de Rotterdamse haven hersteld was van de oorlogsschade. Na afloop van de tentoonstelling bleef de expositiehal staan, die als Ahoy-hal gebruikt werd voor allerlei culturele en sportieve activiteiten. Het complex werd in 1966 dan toch gesloopt om later plaats te maken voor het Erasmus ziekenhuis. Op het voormalige heliport vlak bij het Hofplein, in het hartje van de stad, verrees een tijdelijke Ahoy. Een mooi popfeitje: in november 1967 traden hier nog Jimi Hendrix en Pink Floyd op, als onderdeel van de Hippy-Happy Beurs.

In 1970 ging ook deze zaal tegen de vlakte. Het einde werd ingeleid met een daverend slotakkoord. Het laatste optreden was van Black Sabbath, een jonge, veelbelovende hardrockband uit het Britse Birmingham. Begin 1971 werd in Rotterdam-Zuid door Prins Claus de nieuwe en permanente Ahoy geopend. Op 3 april datzelfde jaar was Pink Floyd de eerste grote band die er optrad. Concerten die volgden van grootheden als Santana, Frank Zappa, Rod Stewart en zijn Faces en The Beach Boys bewezen hoe snel de Rotterdamse zaal zich een plekje in het internationale circuit verwierf. Ahoy wist zich er moeiteloos te handhaven in de decennia die volgden.

Naar goed Nederlands gebruik werd er ook vaak gemopperd op de Ahoy. Volgens hardnekkige verhalen was het geluid er vaak slecht, maar wat mij betreft was die reputatie onterecht. Ik ben in elk geval bij genoeg optredens geweest waar het zaalgeluid een ruime voldoende scoorde. De Groenoordhal in Leiden en de IJsselhal in Zwolle, dat waren pas de echte galmbakken. Omdat ik er als regelmatige bezoeker mijn weg zo goed wist, wist ik ook precies waar ik in de arena moest staan om genoeg ruimte om mij heen te hebben, zelfs als een concert stijf uitverkocht was. De andere Ahoy-veteranen zullen het ook nog wel weten: rechts voor het podium, hemelsbreed zo ver mogelijk weg van de ingang. Een eerste-rang plaats die te bereiken was via een duistere sluiproute onder de tribunes door.

Over de in- en uitgang gesproken: ik had ook zo’n zwak voor de zaal omdat de indeling wat onbeholpen was. Ahoy wilde zo graag een volwaardige concertzaal zijn, maar zelfs na de ingrijpende renovaties bleef het dringen en duwen. Letterlijk. Ik maakte er bijvoorbeeld een gewoonte van om halverwege de toegift alvast mijn jas op te halen, anders was het risico groot dat ik hopeloos vast kwam te zitten in die claustrofobische sluis naar buiten. En nog iets: terwijl andere, nieuwe zalen mij hun irritante muntjes en kaarten opdrongen, kon je in heerlijk gewoon gebleven Ahoy nog altijd met contant geld betalen. Een paar biertjes afrekenen en dan van de vriendelijke werkstudente zo’n doorweekt briefje van vijf als wisselgeld in de handen gedrukt krijgen – het hoorde bij die typisch Rotterdamse concertervaring.

In de loop van de jaren heb ik er veel concerten bijgewoond die om uiteenlopende redenen onvergetelijk bleken te zijn. Een tamelijk willekeurige greep uit de rommella van mijn geheugen, geholpen door wat tickets die ik bewaard heb: Een bevlogen U2 in 1984, met The Alarm in het voorprogramma. De dubbelklapper van Deep Purple en Bad Company in 1987. In datzelfde jaar Roy Orbison, kort voor zijn comeback en daaropvolgende dood. De terugkeer van Paul McCartney op het concertpodium in 1989. Metallica vanuit de snakepit in 1992. Een spijkerharde Machine Head en Slayer in 1994. De klassieke bezetting van KISS in 1996, met schmink, wat een zaal vol jeugdsentiment opleverde. Datzelfde jaar een schaamteloos ongeïnspireerde Soundgarden. En Puff Daddy, ergens eind jaren negentig, die zich overigens in Zwitserland waande. Wat in de zaal niet lekker viel. In 2003 de Rolling Stones en een paar maanden later David Bowie. De glorieuze terugkeer van Rush in Nederland in 2004, gevierd met een show van ruim drie uur. En verder o.a. Eagles, ZZ Top, Prince, Rammstein, Eminem, Genesis, Aerosmith, Phil Collins, Pearl Jam, Golden Earring… de lijst is eindeloos en de herinneringen zijn mooi.

Ik heb me voorgenomen om dit jaar minstens een concert in de Ahoy te bezoeken. Het zou wel eens de Golden Earring kunnen worden. De band die al meer dan een halve eeuw actief is en nog altijd in grootste vorm verkeert. Ik heb het alvast in hoofdletters letters in mijn agenda geschreven.
En ik verheug me nu al een beetje op dat natte briefje van vijf.

Reacties