The Legacy of Music
Galmen in de Groenoordhal

Galmen in de Groenoordhal

1, January 2019

Het complex had de architectonische allure van een veehal en was behept met de akoestiek van een voetgangerstunnel. Toch werd er rock-‘n-roll geschiedenis geschreven. In de jaren zeventig, tachtig en negentig streken de groten der aarde neer in de Groenoordhal in Leiden: Eric Clapton, Santana, KISS, Metallica, The Police, Iron Maiden, onze eigen Golden Earring en natuurlijk Queen – het koninklijke kwartet schitterde er liefst zeven keer. Tien jaar geleden vonden de laatste concerten plaats, niet veel later werd begonnen met de sloop en inmiddels verrees er op die plaats een woonwijk. Wat rest zijn de herinneringen.

Door Robert Haagsma

 

Galmen in de Groenoordhal

 

Heel wat bezoekers zullen zich in de loop van de jaren vertwijfeld hebben afgevraagd of de Groenoordhal eigenlijk wel geschikt was voor concerten. Onder het golfplaten dak had het geluid de neiging alle kanten op te stuiteren voordat het publiek bereikt werd, zeker als het volume hoog was. Aangezien Leiden door opvallend veel hardrock en metal bands aangedaan werd, was dat ook vaak het geval. Ik stelde dat verschillende keren met eigen oren vast. Zoals op 30 september 1990, toen de Clash of the Titans op het affiche stond: een package van Suicidal Tendencies, Testament, Megadeth en Slayer. De massa werd murw gebeukt met een geluidsbrij waarin nauwelijks individuele nummers te onderscheiden waren.

Ook bij mainstream concerten liet het geluid vaak te wensen over, zoals bleek uit de recensie van Peter Koops van de Volkskrant van een optreden van Joe Cocker op 4 juni 1984: ‘Niet om aan te horen, het concert dat de Engelse zanger Joe Cocker (40) afgelopen woensdag in de Leidse Groenoordhal gaf. Niet zijn schuld, maar die van de akoestiek, die het geluid als een squash-bal door dit troosteloze oord deed rondkaatsen.’

Om de vraag te beantwoorden: nee, de Groenoordhal was inderdaad niet ontworpen om concerten in te houden. Het complex dat in 1969 de deuren opende was aanvankelijk bedoeld als het overdekte alternatief voor de wekelijke openlucht veemarkt die tot dan toe in het centrum van de stad plaatsvond. Het werd daarnaast geschikt geacht voor beurzen, vlooienmarkten, sportactiviteiten en het grootschalig afnemen van tentamens. De Groenoordhal in Leiden was daarmee de Randstedelijke tegenhanger van provinciale galmbakken als de IJsselhallen in Zwolle en de Brabanthallen in Den Bosch, kolossen waar de geur van mest en hooi ook nooit helemaal optrok.

In de eerste helft van de jaren zeventig vonden er in Leiden ook de eerste popconcerten plaats, zoals op 3 november 1973 The Osmonds, de Amerikaanse broers die destijds hoog in de hitlijsten stonden met het opgewekt stampende Crazy Horses. Een week na het met veel opgewonden publiciteit omgeven bezoek aan Nederland werd een impressie van de uitverkochte show in Leiden uitgezonden door de VARA-televisie. Meer optredens volgden. Zo werd de meer volwassen muziekliefhebber twee jaar later bediend met het Startruckin’ 75 festival, met bands als Wishbone Ash, Soft Machine, Caravan, Climax Blues Band en Mahavishnu Orchestra.

Hoewel de klachten over het geluid in de Groenoordhal nooit helemaal verstomden, gingen bands en artiesten vaak met succes de strijd met de elementen aan. In 1977 schitterden Eric Clapton en Santana in Leiden. Genesis volgde een jaar later, om in oktober 1981 voor twee optredens terug te keren. Hoewel pop- en rockacts bleven komen, kwam de nadruk in de programmering al snel op hardrock- en metal bands te liggen. Overigens een andere overeenkomst met de IJsselhallen en de Brabanthallen. In 1980 werd Leiden al aangedaan door Scorpions en KISS, die laatste band met als support het veelbelovende Britse bandje Iron Maiden. In de loop van de jaren volgden zware jongens als Status Quo, Iron Maiden – maar dan als headliner – Metallica, Ronnie James Dio, de al genoemde Clash of the Titans tournee, Anthrax en AC/DC.

Met een capaciteit van zo’n 11.000 staanplaatsen was de hal voor de meeste Nederlandse groepen een paar maten te groot. De spreekwoordelijke uitzondering was natuurlijk de Golden Earring. Sterker nog, het Haagse kwartet (soms vijftal) stond er tot 2005 liefst elf keer op de planken. De eerste keer was op 23 februari 1978, met de dan net doorgebroken Herman Brood and his Wild Romance in het voorprogramma. Er vonden een paar voor de band en het publiek bijzondere optredens plaats. Een ‘Back Home’-optreden op 23 juni 1984, na afloop van een Amerikaanse zegentocht, werd uitgezonden door Veronica. Een registratie van een deel van het optreden verscheen op de live-plaat Something Heavy Going Down. Een optreden op 18 december 1999 was bedoeld als afsluiting van het millennium en als voorlopig afscheid, aangezien de band er een jaar tussenuit ging. De opnamen van de show, die opgeluisterd werd met verschillende gasten, verscheen later op cd en dvd als Last Blast Of The Century.

 

Galmen in de Groenoordhal

 

De band waarvan de naam voor altijd verbonden zal zijn met de Groenoordhal in Leiden is echter Queen. In de jaren zeventig trad de band vooral op in de Ahoy in Rotterdam, vanaf 1980 streken Freddie Mercury en zijn mannen neer in Leiden. Liefst zeven keer zou de band er optreden. Na het Leidse debuut op 28 november keerde de band terug voor de The Space tour (24 en 25 april 1982), de The Works tour (20 september 1984) en de Magic tour (11, 12 en 19 juni 1986). Voor wat de laatste optredens van de originele versie van Queen zou blijken te zijn, was aanvankelijk slechts een datum geprikt. Na het spectaculaire optreden op Live Aid in 1985 was Queen echter populairder dan ooit en die eerste show verkocht in anderhalf uur uit. Dus volgde een tweede concert. En uiteindelijk nog een derde.

 

Galmen in de Groenoordhal

Queen in Leiden (c) Rob Verhorst

 

Een duik in de stoffige archieven van de kranten van destijds leert dat Queen weinig goeds kon doen in de ogen van de recensenten van dienst. Zo concludeerde de NRC al bij het eerste optreden in Leiden: ‘Queen heeft de creatieve neergang niet kunnen stoppen. Hoewel de groep elk gevoel voor verhoudingen uit het oog verloren heeft blijkt de overrompelingsstrategie op de Queen-gezinde sekte tenminste toch nog de verlangde uitwerking te hebben.’ Ook in andere recensies werd geestdriftig ingehakt op de veronderstelde pretenties en grootheidswaanzin van de band, inclusief de daarbij horende bombast en publieksparticipatie.

Wie erbij was, weet dat het een feest was. De overrompelende lichtshow, de fenomenale songs en het charisma van Freddie Mercury zorgden steevast voor een onvergetelijke avond, waarbij het publiek zich altijd weer aan de voeten van het koninklijke bezoek vlijde. Het waren shows waarbij het gebrekkige geluid en de ietwat troosteloze entourage even geen rol speelden. De basis voor de nog altijd immense populariteit van het Britse kwartet in Nederland – zie het succes van de biopic Bohemian Rhapsody ook in ons land – werd in elk geval voor een deel gelegd tijdens die onvergetelijke optredens in Leiden.

Niet iedereen bewaarde goede herinneringen aan Queen in Leiden. Tijdens de shows van 1982 stond Bow Wow Wow in het voorprogramma, een net opgerichte groep rond leden van Adam and the Ants en het destijds 14-jarige zangeresje Annabella Lwin. De op jungledrums gestoelde popliedjes vielen bij de traditioneel wat eenkennige Queen-fans niet in goede aarde, wat resulteerde in een regen van blikjes en glazen op het podium. De shows werden dan ook voortijdig afgebroken. Een jaar later keek de zangeres in de Telegraaf nog even terug op de onfortuinlijke shows in ons land. ‘Ik haatte Nederlanders. Altijd, ze zijn ongemanierd’.

Dan waren er ook de optredens die helemaal niet doorgingen, soms tot groot verdriet van het publiek. Zoals Blondie. De Amerikaanse groep rond zangeres Debbie Harry had vroeg in 1978 al een nummer-1 hit gescoord met Denis. Het leek de perfecte aanloop naar een prestigieuze show in Nederland. De kaarten voor het beoogde optreden op 8 juli vlogen dan ook weg, deels dankzij een grootschalige reclamecampagne. Het concert werd tot verontwaardiging van de fans echter gecanceld, waarbij de verklaringen uiteenliepen. De band wilde een album afmaken, er zou intern ruzie uitgebroken zijn en er werd gerept van diva-achtig gedrag van de zangeres. Hoe het ook zat, een herkansing kwam er niet.

In latere jaren verdween de Groenoordhal steeds meer van de muzikale landkaart. Het had ongetwijfeld voor een deel te maken met de oprukkende concurrentie, zoals de Amsterdam ArenA (1996, inmiddels Johan Cruijff ArenA), het Gelredome in Arnhem (1998) en de Heineken Music Hall (2001, nu AFAS Live). Nieuwe zalen, die dus veel beter in staat om de bands en het publiek te bedienen. In de laatste jaren moest de Groenoordhal het als vanouds vooral van de examens en de rommelmarkten hebben. Kane (2006) en K3 (vier shows in 2008) behoorden tot de laatste muzikale wapenfeiten die er plaatsvonden.

Het was toen al een complex in verval. In de jaren die volgden stak de onvermijdelijke discussie op, met als logische opties afbreken of renoveren. Toen het onmogelijk geacht leek om de Groenoordhal nieuw leven in te blazen, werd voor het eerste gekozen. In 2010 werd begonnen met de sloop, die twee jaar later voltooid werd. Sindsdien verrees op de plaats waar de groten der aarde ooit schitterden een woonwijk. Alleen de Eschertoren en een deel van Groenoordplaza werden gespaard. De Groenoordhal leeft natuurlijk vooral voort in de herinneringen van de duizenden die er ooit een onvergetelijke avond beleefden.

Reacties