The Legacy of Music
Traveling Wilburys: “Puur voor ons plezier”

Traveling Wilburys: “Puur voor ons plezier”

7, October 2018

Het is deze maand precies dertig jaar geleden dat Vol. 1 verscheen, het debuut van de Traveling Wilburys. Een van de zeldzame supergroepen die wel voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Maar wat wil je ook als er zwaargewichten als Tom Petty, George Harrison,  Jeff Lynne, Bob Dylan en Roy Orbison bij betrokken zijn. ELO’s Jeff Lynne blikt terug op een periode waarin hij zichzelf regelmatig in de arm kneep. “Gebeurt dit echt of droom ik dit allemaal?”

Tekst: Robert Haagsma (Muziekjournalist)

 

 

Jeff Lynne: “Nadat in de loop van de jaren tachtig ELO een stille dood gestorven was, ben ik mijzelf meer in dienst van andere artiesten gaan stellen. Het is een rol die mij eigenlijk veel beter past. Ik ben nooit verslaafd aan de spotlight of aan het applaus geweest. Toeren heb ik eigenlijk altijd een vermoeiende bezigheid gevonden. De studio was veel meer mijn natuurlijke omgeving. Het toeval speelde ook een rol. Begin jaren tachtig had ik al eens gewerkt met Dave Edmunds. Ik produceerde het nummer Slipping Away. Dat pakte goed uit. Het werd nog een hit ook.

Niet veel later dineerde ik bij hem thuis. Hij vertelde mij dat hij George Harrison goed kende. Die had hem laten weten wel met mij te willen werken. Ik geloof dat ik nog net niet mijn bestek uit mijn handen liet vallen. Enfin, ik werd binnen enkele dagen verwacht op het landgoed van de ex-Beatle. Ik zie mij nog voor het hek staan. Het kolossale bouwwerk torende boven mij uit. In meer dan een opzicht voelde ik mij klein. Het contact was eigenlijk meteen erg goed. George bleek een erg geestige man te zijn. Om het ijs verder te breken, nodigde hij mij uit om gezamenlijk de Grand Prix in Australië bij te wonen. Achteraf begreep ik dat het een soort vuurproef was. Als het ook daar gezellig bleef, was dat de perfecte basis om samen verder op te trekken. We hadden gelukkig een geweldige tijd, waarbij mij opviel dat voor een ex-Beatle altijd alle deuren open gaan. We wandelden overal naar binnen en alle coureurs waren beschikbaar voor een praatje.

 

George Harrison en Jeff Lynne

 

We zaten ook in muzikaal opzicht op een lijn. We logeerden in Australië bij vrienden van hem. Op een oude piano die er in de hoek stond hebben we ons eerste gezamenlijke nummer geschreven: When We Was Fab. De rest volgde niet veel later. Het album Cloud 9 werd in 1987 een gigantisch succes. Van het een kwam het ander. Op een dag liet George zich plompverloren ontvallen: ‘laten we een bandje beginnen, puur voor ons plezier’. Hij wilde weer met wat vrienden aan de gang, net als vroeger. Ik nam het aanvankelijk nauwelijks serieus, vooral toen hij voorstelde om Bob Dylan erbij te halen. Tot mijn verbazing lukte dat nog ook. Waarna ik opperde om Roy Orbison, een van mijn jeugdhelden, erbij te betrekken. Het leek ons beiden een goed idee om daarnaast Tom Petty uit te nodigen, want die werkte in die periode veel met Bob.

De bandnaam was eigenlijk een grap die overgeschoten was uit de Cloud 9 sessies. Als er een fout gemaakt werd, riepen we elkaar steevast toe: ‘we’ll bury it in the mix’. Het was een running gag geworden. Hoewel ik in de loop van de jaren kennis had gemaakt met heel wat grootheden, was ik aanvankelijk toch een tikje nerveus. Hoe zou het allemaal uitpakken? Eenmaal in de studio viel alles van mij af. De ego’s lieten we bij de voordeur achter. We zaten dagenlang in de studio in een kring, met de gitaren in onze handen, terwijl we elkaar akkoorden toeriepen. ’s Ochtends waren we doorgaans met de muziek bezig, na de lunch bogen we ons over de teksten. Het was verder vooral hard werken. Bob Dylan toerde ook toen al veel, dus zijn tijd was heel beperkt.

 

 

Het was vooral geweldig om Roy Orbison te zien opbloeien. Hij was met zijn stem en muziek zo’n enorme invloed op mij geweest. Nu zat ik met hem in de studio. Ik heb mijzelf een paar keer in de arm geknepen. Droom ik dit of gebeurt dit echt? Roy had een moeilijke periode achter de rug. Twintig jaar zonder hits. Het was geweldig om hem weer te zien waar hij thuishoorde, in een studio, omgeven door mensen die het best met hem voor hadden. Wanneer we even niets om handen hadden, vroegen we hem wel eens een van zijn oude hits te spelen – we waren nog altijd fans. Hij willigde dat verzoek altijd in. Bob, George, Tom en ik hingen dan aan zijn lippen. Zijn stem zal barstensvol soul. Hij had al die hits ook nog eens zelf geschreven. Op het eerste gehoor zijn het eenvoudige melodieën. Omdat elke noot goed geplaatst is, is de zeggingskracht van die songs onvergelijkbaar. Hij beschikte over een vakmanschap dat er tegenwoordig niet meer is. Een absoluut genie. Hij was daarnaast een enorm aardige man.

Hoe goed en creatief de sfeer in de studio ook was, we maakten ons ook zorgen. Het was bekend dat Roy een zwak hart had. Al heel lang. Tijdens de sessies rookte hij wel eens een sigaretje. Heel onverstandig natuurlijk. Zijn vrouw was hels geworden als ze er achter gekomen was. Wanneer hij naar huis ging, was hij dan ook eindeloos in de weer met aftershave en mondwater. Het thuisfront mocht immers niets ruiken. Hij was ook gek op zoetigheid. Hij liet mij ooit zijn achterbak van zijn auto zien, volgestouwd met geglazuurde cake. Daar was hij gek op. Raar he, dat soort dingen vergeet je nooit. Ook die hebben hem geen goed gedaan. We hebben het album in mei 1988 opgenomen. In oktober kwam het uit met als titel Vol. 1, waarna het meteen wereldwijd een immens succes was. Een paar maanden later overleed hij. Heel tragisch natuurlijk, hij was nog veel te jong. Toch overheerst achteraf dankbaarheid. Hij heeft dankzij de Traveling Wilburys zijn comeback nog heel bewust meegemaakt. Hij genoot ook heel erg van die erkenning.

 

 

Van het een kwam het ander, opnieuw. Terwijl we nog met het album van de Wilburys bezigwaren, raakte ik ook betrokken bij de nieuwe plaat van Roy Orbison zelf. Ook daar bewaar ik louter geweldige herinneringen aan. Hij kwam op een dag samen met zijn vrouw Barbera langs om naar mijn mixen van de songs A Love So Beautiful en You Got It te luisteren. Na het eerste nummer bleef het doodstil. Ik draaide mij om en zag Roy huilen. De tranen stroomden hem over de wangen, zo ontroerd was hij door het eindresultaat. Zijn vrouw vertelde mij later dat zij hem, zolang als zij getrouwd waren, nog nooit eerder om muziek had zien huilen. We hebben het dan over een jaar of twintig. Van You Got It werd hij vooral heel blij. Toen het liedje afgelopen was, liep hij op mij af en gaf mij een welgemeende knuffel. Die uiting van pure emotie deed mij enorm veel. Het is een moment waarvan ik achteraf denk: wie ben ik dat ik dit mee mag maken?

Het album in kwestie, Mystery Girl, verscheen begin 1989. Het succes daarvan heeft hij jammer genoeg dus niet meer meegemaakt. Na zijn dood hebben we nog een tweede album als de Traveling Wilburys gemaakt. We hebben overwogen om een nieuw bandlid te zoeken, maar we realiseerden ons dat Roy Orbison onvervangbaar was. We zouden op tournee gaan, maar om uiteenlopende redenen kwam het daar niet van. Wel hebben we nog een tweede album gemaakt, dat we om verwarring te stichten Vol. 3 hebben genoemd. Er staan goede songs op. We hoeven ons nergens voor te schamen, maar na de dood van Roy was die unieke magie van weleer vervlogen. Het was toch vooral met z’n vijven dat er echt iets bijzonders ontstond.”

 

 

 

Reacties