The Legacy of Music
Steven Wilson over David Bowie: “Hij was overal aanwezig”

Steven Wilson over David Bowie: “Hij was overal aanwezig”

9, April 2016

Multi-instrumentalist, zanger, producer en mixer Steven Wilson (03-11-1967) bezocht onlangs de expositie David Bowie Is in Groningen. Hij vond de tentoonstelling rond de pas gevallen muzikale held mooi, maar hij werd er ook depressief van. De soloartiest die ook het brein is achter acts als Porcupine Tree, No-man en Bass Communion vertelt waarom.

 

Steven Wilson over David Bowie: “Hij was overal aanwezig”

 

 

Steven, wat vond je van de David Bowie Is-expositie?
“Het was fascinerend. Zeker het deel over zijn jeugd en de training van zijn mimespel. Maar ook de kostuums en de uitvoerende kunst die hem en zijn personages gestalte hebben gegeven. Ik vond de hele ervaring echter nogal deprimerend. En wel om twee redenen: ten eerste is met de dood van Bowie een hoofdstuk in de geschiedenis van popmuziek gesloten dat nooit meer herhaald zal worden. Ik heb het over het gouden tijdperk van innovatie, experimentatie en evolutie. De dagen dat experimentatie kon bestaan in de mainstream, zoals ten tijde van The Beatles in de jaren zestig, David Bowie in de jaren zeventig en in iets mindere mate Prince in de jaren tachtig, zijn voorbij.”

 

Steven Wilson covert David Bowie’s Space Oddity met zangeres Ninet Tayeb, en voormalig Miles Davis-toetsenist Adam Holzman

 

“Bowie ging gekleed als een travestietachtige ruimtevaarder naar Top Of The Pops; de dag erna wilde iedere scholier in een band spelen”

 

Wat beschouw jij als het gouden tijdperk van mainstream popmuziek?
“Die begon halverwege de jaren zestig met The Beatles en The Beach Boys en eindigde ergens in de jaren negentig met de explosie van elektronische muziek. In de jaren zestig, zeventig en tachtig waren niet alleen muziekfanaten, maar was ook de gemiddelde man in de straat gefascineerd door popmuziek, omdat popmuziek invloed had op cultuur, muziek, mode en politiek. De laatste keer dat pop of rockmuziek een invloed had op de mainstream was tijdens de grungeperiode. Vijfentwintig jaar geleden dus! Grunge beïnvloedde onder meer film, want het fenomeen slackerfilms kwam daaruit voort. Maar ook mode, want modellen begonnen ineens houthakkersbloesjes en gescheurde spijkerbroeken te dragen. The Beatles en Bowie hadden vroeger ook zo’n invloed op de gemeenschap. Bowie ging gekleed als een travestietachtige ruimtevaarder naar Top Of The Pops; de dag erna wilde iedere scholier in een band spelen, omdat ze Bowie hadden zien optreden. Modeontwerpers gingen geïnspireerd aan de slag omdat ze niet konden geloven wat ze op televisie hadden gezien. Bowie liet mensen ook anders over seksualiteit, politiek, mode, film, muziek en concertervaringen denken. Hij was alomtegenwoordig.”

 

In het Pink Floyd-achtige Time Flies van Porcupine Tree blikt Wilson nostalgisch terug op vervlogen tijden

 

 

Om welke tweede reden vond je de David Bowie Is-expositie nog meer deprimerend?
“De expositie maakte eens te meer duidelijk dat we in een soort retromania leven. We zijn zo geobsedeerd met het verleden bezig dat het heden deels verlamd is geraakt. Er was laatst een twintigjare jongen backstage, die met een vriend van me was meegekomen. Hij zag eruit alsof hij uit een Rolling Stones-video uit 1967 kwam gelopen. Net Brian Jones. Ik dacht bij mezelf: deze jongen ziet zichzelf als hip en innoverend door eruit te zien als iemand van vijftig jaar geleden. Heel typerend. Op die manier zijn we tegenwoordig veel naar het verleden aan het refereren. Ook muzikanten zijn zó nostalgisch bezig dat muziek nauwelijks nog evolueert.”

“Jonge muzikanten maken tegenwoordig de meest conservatieve muziek”

 

Het gemis aan innovatiedrang op muziekgebied zit je nogal dwars…
“Er valt niets nieuws te ontdekken. Op z’n allerbest heb je nog post-moderne muziek. Met andere woorden: bands die muziek uit vervlogen tijden imiteren. Sneu om te zien dat dit vooral jongeren betreft. Jonge muzikanten maken tegenwoordig de meest conservatieve muziek; de oude gabbers doen de experimenteelste dingen. David Bowie. Scott Walker. Neil Young. Ik zelf tot een bepaalde hoogte – als ik mezelf al in zo’n gezelschap mag scharen… Bowie en Pink Floyd: die jongens waren twintigers toen ze doorbraken. Nu maken jongeren van die leeftijd Ed Sheeran-achtige muziek. Of generieke techno of dance. Zet Bowie’s laatste album Blackstar daar eens tegenover. Dat is een creatief statement. Of Scott Walkers samenwerking met Sunn (((O))) (het album Soused – red.). Of Neil Young die van album tot album zijn sound verandert. Of je er nou van houdt of niet: dat zijn de innovatieve artiesten.”

 

Perfect Life van Wilsons soloalbum Hand. Cannot. Erase. (2015): een prettig huwelijk tussen vernieuwing en nostalgie

 

Waarom lukte het popmuzikanten vroeger beter om zichzelf te profileren, denk je?

“Doordat artiesten een ‘gecultiveerde persoonlijkheid’ hadden, zoals ik dat noem. Dat is het uitvergroten van je unieke persoonlijkheid, mening en eigenaardigheden. Dat is wat Morrissey en Jarvis Cocker (Pulp – red) doen, en wat Bowie ook deed. Ze vergroten een of meerdere specifieke eigenschappen en vormen daarmee de absolute basis van hun imago en marketing. Tegenwoordig hebben we vooral zouteloze artiesten. Ed Sheeran: ‘for fuck’s sake!’ Mijn god, hoe smakeloos kun je zijn?! En dan te bedenken dat hij vorig jaar na Adele de meeste platen heeft verkocht. Zelfs Adele heeft meer persoonlijkheid dan hij. Dat zo’n onbezield en banaal iemand het huidig equivalent van Bowie is… Fuck me!”

“Als Coldplay op de cover van een magazine staat, weet je van te voren dat je het saaiste interview ooit krijgt voorgeschoteld”

 

Hij heeft geen persoonlijkheid, bedoel je?
“Precies. Als Coldplay op de cover van een magazine staat, weet je ook al van te voren dat je het saaiste interview ooit krijgt voorgeschoteld. Die jongens hebben niets spannends te melden. Dat was ook het mooie aan Bowie: hij was niet alleen een geweldig artiest, hij zorgde altijd voor interessante content. Ik wil mezelf niet te veel vleien, maar ik zie mezelf wel een beetje in Bowie terug. Tijdens de expositie (David Bowie Is) kun je een audiofragment horen waarin Bowie zoiets zegt als: ‘Ik ging er vroeger op uit om jazzplaten te kopen. Daarbij overtuigde ik mezelf dat ik Eric Dolphy-fan was, ook al hield ik er niet echt van. Ik bleef er net zo lang naar luisteren tot ik er wel van begon te houden.’ Die nieuwsgierigheid om iets te begrijpen dat je in eerste instantie niet begrijpt, vond ik heel herkenbaar.”

 

Wat viel je nog meer op aan de expositie David Bowie Is?
“Bowie heeft geluk gehad dat hij een groot deel van zijn carrière zonder directe feedback hoefde te leven. Tegenwoordig krijgen muzikanten instant feedback van vijf miljard potentiële muziekjournalisten. Als ik nu liedje online zet, staan er binnen een kwartier driehonderd mini-recensies onder. Dat is een extra druk waar moderne muzikanten mee moeten leven, die Bowie en The Beatles bijvoorbeeld niet – of minder – hadden. Wellicht is de huidige generatie jonge muzikanten daardoor minder snel geneigd om te experimenteren en behaalde successen achter zich te laten. Dat was namelijk ook zo te gek aan Bowie. Ziggy Stardust was op zijn hoogtepunt, maar hij besloot toch dat tijdperk af te sluiten en iets anders te doen. Ook toen The Thin White Duke enorm populair was, stopte hij daarmee om weer iets nieuws te doen. Zo ging hij maar door. Dat is hetgeen me het meeste in Bowie aantrekt.”

 

SaveSave

Reacties