The Legacy of Music
Het boek Bruce En Ik – 29 Odes Aan Springsteen

Het boek Bruce En Ik – 29 Odes Aan Springsteen

1, November 2015

Van Mart Smeets tot aan Dolf Jansen en van Menno Pot tot aan Erik van Bruggen: journalist Leon Verdonschot verzamelde 29 verhalen van bekende en minder bekende Bruce Springsteen-fans. Hun ervaringen met ‘The Boss’ zijn opgetekend in het boek Bruce En Ik – 29 Odes Aan Springsteen. Wij verzamelden een paar van de leukste momenten.

 

 

Fans kunnen hartstochtelijk over hun muzikale helden spreken. En wanneer het fans betreft die schrijver en/of muzikant van beroep zijn, dan wordt dat ook nog eens mooi verwoord. De 29 verhalen die zijn gebundeld in Bruce En Ik variëren allemaal in stijl en lengte. Er zijn ook overeenkomsten. Zo zijn er meerdere auteurs die niet meteen fan waren van Bruce Springsteen. In het geval van BKB-directeur Erik van Bruggen is dat een understatement. Hij begint zijn ode met: ‘Ik haatte Bruce-fans. Ik haatte Bruce. Ik vond zijn muziek het aller-aller-slechtste wat Amerika kon voortbrengen in de jaren tachtig.’ Om later toe te geven dat de eerste show die hij in 2005 in New York zag een ‘volslagen atypische show’ was, maar ook ‘godgloeiend goed’.

 

OUDEHASKE

En zo zijn er meer Bruce-aanbidders die eerst wantrouwend tegenover de spijkerbroek-met-spierballenrock van The Boss staan, maar later uitgroeien tot zijn grootste fan. Want dat is een dingen dat duidelijk wordt door de verhalen: iedere Bruce-fan eigent de zanger en liedjesschrijver toe aan zichzelf, soms bijn alsof de rockster een bezit is. Tikje luguber misschien, maar vooral erg vermakelijk. Zo is popjournalist en schrijver Menno Pot er zeker van dat Bruce in Oudehaske heeft gewoond en dat het nummer Born To Run gaat over ‘zijn’ fietsroute tussen Joure en Heerenveen.

 

image1

 

THE RIVER

Vaak wordt het nummer The River genoemd als het lied waarmee nu-fans overstag gingen. Met name het voorafgaande gesprek tussen vader en zoon over de dienstplicht wordt daarbij aangehaald. Mensen worden nog steeds tot tranen geroerd door deze conversatie waarin een vader dolblij is met het feit dat zijn zoon is afgekeurd voor de dienstplicht, maar dit heel koel onder woorden brengt: ‘that’s good’. Dolf Jansen omschrijft de diepere laag van deze scene heel mooi: ‘Elke keer dat ik het hoorde, en elke avond dat ik het vertelde kreeg ik een brok in mijn keel. Omdat het gaat over twee mannen die niet met elkaar kunnen praten, maar wel van elkaar houden, denk ik.’

 

SLAPPE KOFFIE

Een ander opvallend verhaal is dat van Mart Smeets. De sportverslaggever, radiomaker en auteur beschrijft een scene waarin hij zeiknatgeregend een Iers-Schotse pub binnengaat om zich op te warmen aan een kop ‘slappe, typisch Amerikaanse koffie’. Dan raakt hij in gesprek met een man aan de bar die op hetzelfde moment als hem binnenkwam. Ze praten over basketbaluitslagen die in de kranten staan. Pas na een klein half uur denkt Smeets iets in de gaten gaten te hebben… Het zal toch niet? Dan zegt de vaag bekend voorkomende man tegen de sportcommentator: ‘I once played in the Carré Concert Hall in your hometown… a real beauty…’  Waarop Smeets wijfelend antwoordt: ‘The Ghost of Tom Joad…?’ Waarop Bruce Springsteen zegt: ‘Yep.’

 

En zo hebben alle 29 ode’s in Bruce En Ik hun eigen charmes en eigenaardigheden. 

Reacties