The Legacy of Music
Dé Fillmore East: Kort maar hevig

Dé Fillmore East: Kort maar hevig

6, July 2018

47 jaar geleden, eind juni 1971, sloot Fillmore East in New York definitief de deuren. De zaal had onder deze naam maar drie jaar bestaan, maar liet in die korte periode wel diepe sporen in de popmuziek achter. Legendarische optredens hadden er plaatsgevonden, waarvan er heel wat vereeuwigd werden op livealbums, die daarna zelf ook een klassieke status kregen. Zoals een At Fillmore East van The Allman Brothers band, zelfs regelmatig uitgeroepen tot een van de beste live albums ooit. De erfenis is nog veel groter. Een overzicht.

 

 

Hoewel ook in Fillmore East muziekgeschiedenis geschreven is, is er van deze zaal ook nauwelijks een spoor meer te bekennen. Op 27 juni 1971 vond er het laatste concert plaats, met onder anderen The Allman Brothers Band, The J. Geils Band, Albert King en een keur aan gasten, zoals Edgar Winter, Mountain en The Beach Boys. Het doek viel daarmee iets meer dan drie jaar na de opening, op 8 maart 1968. In de jaren tachtig herleefde de zaal als een exclusieve gay club, maar het decennia daarna verscheen toch de sloopkogel ten tonele. De zaal met het prachtige, klassieke interieur ging tegen de vlakte om plaats te maken voor een grauw appartementencomplex. Alleen de ingang en de lobby overleefde de slachting, maar die troost is schraal: er huist al jaren een bank. 

 

Zo leeft Fillmore East vooral voort in de herinnering van de bands en de bezoekers. En natuurlijk op de albums, want het is opvallend hoeveel live platen er in die korte periode opgenomen werden. Een snelle telling levert ruim 40 titels op. Er werd op de bewuste avond geschiedenis geschreven en we mogen dankbaar zijn dat de bandrecorders alles vastlegden.

 

Dat was zeker in het geval van The Allman Brothers Band die er op 12 en 13 maart 1971 en er de shows van hun leven gaven. Songs als Whipping Post en In Memory of Elizabeth Reed kregen hun definitieve versies dankzij een band die zichzelf op een spectaculaire manier ontsteeg. De telepathische intensiteit waarmee de muzikanten elkaar aanvoelden, maakten van de show legendarische gebeurtenissen. Ster van het stel was gitarist Duane Allman, die met zijn opzwepende spel de zaal betoverde. Nog altijd staat At Fillmore East te boek als een van de meest opwindende live albums ooit gemaakt.

 

 

Toen trompettist Miles Davis in juni 1970 vier avonden optrad in de Fillmore East, had hij een paar maanden eerder de jazzwereld op stelten gezet met de revolutionaire dubbelaar Bitches Brew. Hij serveerde daarop een baanbrekende mix van jazz, funk en rock. Nummers daarvan werden vanzelfsprekend gespeeld en verschenen later op Miles Davis At Fillmore; eerst als dubbel-lp, veel later ook als een 4-cd set. Hoewel het spel van Miles Davis de toon zet, krijgen vooral de toetsenisten Keith Jarrett en Chick Corea ook veel ruimte.

 

 

Ook geweldig, maar op een heel andere manier was Mad Dogs And Englishmen dat Joe Cocker op 27 en 28 maart 1970 opnam in de Fillmore. Luttele maanden na zijn verpletterende optreden op Woodstock toerde hij door Amerika met een enorme band – blazers, zangeressen, drummers, et cetera – onder de bezielende leiding van Leon Russell. Naast werk van zijn albums werden er veel andere covers gespeeld. Het dubbelalbum dat in 1970 verscheen, klonk een tikje rommelig, maar tegelijkertijd enorm sfeervol – een impressie die de simultaan verschenen concertfilm alleen maar versterkte. Joe Cocker de routinier was nog ver weg.

 

 

Crosby, Stills, Nash and Young mochten dan te boek staan als de troubadours van het hippietijdperk, tijdens de Amerikaanse tournee van 1971 was daar achter de schermen weinig van te merken. De heren vlogen elkaar regelmatig naar de keel, waarbij drank en drugs de licht ontvlambare emoties alleen maar verder opstuwden. Toch waren de optredens in die periode geweldig, zoals de live dubbelaar 4 Way Street liet horen. Het staat vol gloedvolle versies van gezamenlijk en solowerk, zoals Suite: Judy Blue Eyes, Teach Your Children, Don’t Let It Bring You Down en de snijdende protestsong Ohio. Overigens werd maar een deel van 4 Way Street in New York vastgelegd; ook opnamen uit Los Angeles en Chicago werden gebruikt voor het album.

 

 

Band Of Gypsies was niet alleen het laatste officiële album van Jimi Hendrix dat zou verschijnen voor zijn dood op 18 september 1970, het wierp ook nog eens zijn schaduw vooruit op de richting die hij zou zijn opgegaan als hij was blijven leven. Terwijl hij in de voorgaande jaren vooral gewerkt had met zijn blanke begeleidingsband The Experience, liet hij zich op 1 januari 1970 in de Fillmore East bijstaan door de zwarte muzikanten Billy Cox op bas en Buddy Miles op drums. Van weersomstuit kregen de songs – deels bekend, deels nieuw werk – een veel meer funk- en jazzachtige vibe. De reacties waren destijds heel wisselend, maar later werd Band Of Gypsies toch onthaald als een interessant muzikaal experiment, dat een vervolg had verdiend. De enkele lp werd later uitgebouwd tot de dubbelaar Live At The Fillmore East.

 

 

Humble Pie was een supergroep rond Peter Frampton (ex-The Herd) en Steve Marriott (ex-The Small Faces) die een korte tijd de toch al hooggespannen verwachtingen wist te overtreffen. Het wapenfeit waarmee de band de geschiedenis in ging, was het in mei 1971 opgenomen dubbelalbum Performance Rockin’ The Fillmore, waarop de heren het beste in elkaar bovenbrengen. De cover I Don’t Need No Doctor leverde Humble Pie zelfs een singlehit op. De vreugde was helaas van korte duur. Nog voor Performance in de winkel lag, was Frampton alweer opgestapt – iets met twee kapiteins op een schip. De band kreupelde nog jaren door, maar zoals het was, werd het nooit meer.

 

 

Het aardige aan het album Bless It’s Pointed Little Head van Jefferson Airplane uit 1969 is dat het samengesteld is uit opnamen gemaakt in oktober 1968 in de Fillmore West in Los Angeles en in november datzelfde jaar in Fillmore East in New York. De band gold toen al als de meest succesvolle representant van de nieuwe Californische sound, maar deze concertregistratie bezorgde de groep rond zangeres Grace Slick alleen maar meer fans. De al bekende songs klonken harder en beter vergeleken met de studioplaten, terwijl het nieuwe materiaal heel sterk bleek te zijn.

 

 

Het was luttele dagen na de moord op Martin Luther King dat The Who in 1968 optrad in New York. De Britse band op zou twee dagen twee shows geven, maar vanwege de spanningen waarvoor de autoriteiten vreesden, werd het programma ingekort tot een optreden per dag. De opnamen daarvan circuleerden al jaren op bootlegs – illegale lp’s en cd’s. Eerder dit jaar verscheen het dan toch officieel als Live At Fillmore East 1968. Het liet horen dat de tragische tijdgeest juist het beste in de band naar boven haalde. Hard, intens en furieus. Zelden klonk The Who zo goed.

Optredens op van Frank Zappa’s Mothers op 5 en 6 juni 1971 leidden tot het album Fillmore East – June 1971. Het was een conceptueel werkstuk, rond een thema dat typisch Zappa was: het wel en wee van een band op tournee, waarbij vooral en op een tamelijk onsmakelijke manier met groupies gerotzooid werd (The Mud Shark). Een gastoptreden van John Lennon en Yoko Ono haalde de plaat niet, maar verscheen wel als bonus lp bij Lennons’ Some Time in New York City.

 

Voor wie deze reeks klassiekers nog niet genoeg is, zijn er ook nog albums van o.a. The Chambers Brothers, Derek and the Dominos, Flying Burrito Brothers, The Fugs, Incredible String Band, Iron Butterfly, King Crimson, Al Kooper & Mike Bloomfield, Love, John Mayall, The Nice, Quicksilver Messenger Service, Sly and the Family Stone, Ten Years After, Johnny Winter en Neil Young. Op 23 december 1969 speelde ook de Golden Earring in de Fillmore East. Opnamen daarvan, als die er al zijn, zijn tot nu toe nog niet opgedoken.

Tekst: Robert Haagsma

Reacties