The Legacy of Music
Phantom Of The Night: de reddingsboei van Kayak

Phantom Of The Night: de reddingsboei van Kayak

12, March 2018

Phantom Of The Night, de bekendste plaat van Nederlands langstlopende symfonische rockband Kayak, bestaat veertig jaar. Een mooie aanleiding om terug te blikken. Toetsenist en medeoprichter Ton Scherpenzeel vertelt over het allesbehalve geestige opnameproces: “Iedereen werd zo langzamerhand gek!”

 

 

“Honderdtwintigduizend.” Dat is het eerste wat er in Ton Scherpenzeels opkomt als hij aan Phantom Of The Night denkt. “Het is zo uitzonderlijk dat we er zoveel albums van hebben verkocht dat dit getal mijn eerste associatie is als ik Phantom Of The Night denk.”

 

In huize Scherpenzeel hangt er dan ook een ingelijste gouden en platina plaat van Kayaks zesde studioalbum aan de muur. De liedjesschrijver en toetsenist kijkt tevreden terug op composities als Ruthless Queen en First Signs Of Spring (“dat nummer klopt echt van A tot Z”). Toch was het opnameproces allesbehalve plezant. De albumtitel lijkt zelfs een referentie naar de geplaagde, bijna spookachtige opnameperiode.

 

“Ze hebben zelfs de nabij gelegen vliegbasis gebeld om te kijken of daar geen rare signalen vandaan kwamen.”

 

“Wij waren de eerste groep in Wisseloord Studios die een hele LP opnam”, vertelt Scherpenzaal in café/restaurant Jonge Haan in Hilversum. “Er waren al wel andere artiesten geweest, maar wij namen als eerste een complete plaat op. De studio was nog niet helemaal klaar en we kregen te maken met alle kinderziektes die je kan bedenken. Zo klonk onze proefmix in de studio wel goed, maar die bleek thuis ineens een stuk doffer”, zegt Ton terwijl hij met een hand voor de mond het gemoffelde geluid nadoet.

 

 

BIERFLESJE-INCIDENT

“Later was er een soort bibberig geluidje op de band te horen. We hebben nooit kunnen ontdekken wat de oorzaak was. Ze hebben zelfs de nabij gelegen vliegbasis gebeld om te kijken of daar geen rare signalen vandaan kwamen. Iedereen werd zo langzamerhand gek. Uiteindelijk hebben we een half jaar in Wisseloord gebivakkeerd. Gelukkig stond er een tafelvoetbalspel, dus ik heb daar heel goed leren tafelvoetballen. Maar we gingen ook regelmatig met onverrichte zake vroegtijdig naar huis omdat er een probleem was. We waren er op den duur doodziek van. Op een gegeven moment hield de technicus van Phonogram ermee op (Janfred Arendsen – red.). Hij was er helemaal klaar mee. Er moest dus een andere technicus worden ingevlogen. Zo werd de Brit John Tilly, door onze eveneens Britse producer Dennis MacKay, naar Hilversum gehaald.”

 

Tot overmaat van ramp is er ook nog het inmiddels befaamde bierflesje-incident, waar Scherpenzeel zelf de hoofdrol in speelt.

“Ik heb zelden bier gedronken in de studio, alleen deze keer toevallig wel. Willem Barents, de toenmalige directeur van Phonogram, een aardige man maar wel een beetje een hockeybal, kwam binnen en zei op kakkineuze toon: ‘Nou kerels, laat eens wat horen.’ Op dat moment stoot ik een flesje bier om, over de mengtafel heen van die fonkelnieuwe studio. Het werd plotsklaps doodstil. Heel sullig! Gelukkig deed alles het nog. Iedereen vond het een afgang, maar gelukkig deed alles het nog. Nu kan ik erom lachen, maar toen maakte ik me er heel erg druk om. Ik heb daarna nooit meer een biertje in de studio gedronken.”

 

 

“Ruthless Queen is mede dankzij Frits Spits een grote hit geworden.”

 

 

ONVERWACHT SUCCES

Ondanks alle verwoede pogingen is Scherpenzeel nog steeds niet tevreden met de uiteindelijke mix van Phantom Of The Night.

“Het opnameproces klopte van geen kant en dat heeft zich naar de opnames vertaald. Tegenwoordig kan je denk ik niet meer met een dergelijk klinkende plaat aankomen. Er is vrij weinig mis met de liedjes, maar de productie had door alle technische problemen beter gekund. Achteraf gezien vraag ik me bijvoorbeeld af waarom er zo weinig galm op de drums staat. Dat is gewoon niet of nauwelijks gebeurd. Het merkwaardige is dat het voor de verkoop kennelijk geen moer uitmaakte. Destijds ging het blijkbaar puur om het liedje en Ruthless Queen had kennelijk de potentie om een hit te worden. Frits Spits is begonnen met het nummer te draaien: wekenlang iedere dag maar weer. Mede dankzij zijn doorzettingsvermogen is het een grote hit geworden.”

 

Met dat succes had de band totaal geen rekening gehouden. “Voor ons was het gewoon het zesde album. Het succes kwam dus totaal onverwacht. Ruthless Queen bleek het juiste liedje op het juiste moment. En het werd goed gepromoot. Verder is er geen zinnig woord over te zeggen. Ik bedoel: Ruthless Queen is wel een melodieus nummer, maar de bakker op de hoek kan de songtekst nou ook weer niet zomaar meezingen.”

 

Die songtekst komt van de hand van Scherpenzeels vrouw Irene Linders. “Ik schreef zo goed alle muziek alleen en de meeste songteksten samen met Irene, die de opleiding Journalistiek in Utrecht heeft gedaan. Ruthless Queen was haar allereerste songtekstbijdrage trouwens. Ik wilde het eerst nog I Don’t Wanna Know noemen: geen heel sterke titel. De manspersoon in het nummer concludeert dat de liefde van zijn vrouw of vriendin voorbij is, terwijl hij gevoelsmatig afhankelijk van haar is. Hij ziet haar dus als een ‘meedogenloze koningin’, vanwege de manier waarop zij hem aan de kant heeft geschoven. Het is geen autobiografische tekst. Als al onze teksten dat wel waren geweest, dan waren Irene en ik niet meer bij elkaar geweest denk ik, haha!”

 

Succes komt nooit op een ongelegen moment, maar zeker voor Kayak was de timing van het succes van Ruthless Queen en Phantom Of The Night erg gunstig.

 

“De eerste drie platen maakten we bij EMI. Toen kreeg onze manager ruzie vanwege uiteenlopende zaken. Wat zich daar precies heeft afgespeeld weet ik niet, maar ons vierde album The Last Encore maakten we bij Phonogram. Dat was meteen de slechts verkochte plaat, terwijl er diep voor ons in de buidel was getast. Met Starlight Dancer, album vijf, zaten we al in de lift, maar de verkoop voldeed nog steeds niet helemaal aan de verwachtingen. Als Phantom Of The Night daar ook niet aan had voldaan had ik het allemaal nog maar moeten zien. De aanloop was dus moeizaam, het was niet alleen maar vervelend. Phantom Of The Night is ook een soort reddingsboei gebleken voor Kayak. Alleen al daarom ben ik blij dat we het ooit gemaakt hebben.”

 

 

FAMILIE-AANGELEGENHEID

Voorafgaand aan de opnames voor Phantom Of The Night heeft Kayak enkele personeelswisselingen ondergaan. Zo komt broer Peter Scherpenzeel bassen, gaat zanger/percussionist Max Werner op eigen verzoek alleen nog maar drummen en wordt zanger Edward Reekers ingelijfd. Het vertrek van bassist Theo de Jong en drummer Charles Schouten heeft niets te maken met de tegenvallende verkoopcijfers van de albums die aan Phantom Of The Night vooraf gingen.

 

“De hoofdoorzaak van de vele personeelsbezettingen was dat Max besloot niet meer te zingen en alleen nog maar wilde drummen. Onze originele drummer Pim Koopman en hij studeerden drums op het Muzieklyceum, waar ik contrabas studeerde met piano als bijvak. In de vrije uurtjes kwamen we bij elkaar om de hits van het moment na te spelen: The Beatles, Procol Harum, enzovoorts. Max bleek een bijzondere zangstem te hebben en zo werd hij leadzanger. Dat heeft hij eigenlijk nooit gewild, want hij vond zijn eigen stem altijd verschrikkelijk. Hij heeft het vijf jaar volgehouden en stelde toen een ultimatum: ik word puur drummer of ik ga weg. Met slagwerker Charles Schouten liep het muzikaal gezien toch al niet geweldig. Hij is een goede drummer, maar beter geschikt voor jazzrock. Dat hij elke avond andere tempo’s en geïmproviseerde fills speelde, werkte niet voor ons. Hij vond het jammer van mijn besluit om hem te laten gaan, maar hij had er wel begrip voor. Omdat bassist Theo zijn maatje kwijt was, vertrok hij ook.”

 

“Max zag zijn kans schoon”, vervolgt Scherpenzeel. “Mijn broer liep al mee als lichttechnicus. En met mijn vrouw Irene Linders was ik al teksten en liedjes aan het schrijven en zij vormde met Katherine Lapthorn het zangkoortje De Kayettes. Het idee om in deze opstelling verder te gaan werd in eerste instantie niet door iedereen enthousiast ontvangen. We waren nu deels een familieband geworden en dat vormt een soort blok. Ik heb dat doorgedrukt en het is tijdelijk succesvol geweest. Maar toen dat succes snel afnam, kwam Kayak op den duur in de koelkast te staan. Max is overigens daarna een zangcarrière in Duitsland begonnen. Hoe consequent, haha!”

 

“De paardenvijgen lagen in de ontvangsthal!”

 

MANIAK

Naast het tanende succes lag de band ook nog in de clinch met toenmalige manager Frits Hirschland, die in 1999 is overleden.

“Bijna al het geld was verdwenen in allerlei rare potjes. Earth & Fire en Ekseption hebben ook bonje met hem gehad. Hij was destijds best een grote naam, maar ook een maniak. In Hilversum gaan genoeg verhalen over hem de ronde. Hij is bijvoorbeeld een keer met paard en al Wisseloord binnengereden naar het kantoor van de A&R-manager van Phonogram, omdat Kayak te weinig promo kreeg. De paardenvijgen lagen in ontvangsthal! Zo trok hij de aandacht. Ergens briljant, want het lukte hem bijvoorbeeld wel om twee ton voorschot van de platenmaatschappij te krijgen, maar ook een behoorlijk gestoorde werkwijze natuurlijk. Op een gegeven moment draaide hij door. Op financieel gebied was er van alles mis. We kregen zelfs de Belastingdienst achter ons aan, terwijl Frits met geld liep te strooien dat hij op de band bleef boeken. We verbraken de contacten en wilden verder onder de naam Kayak, maar dat mocht van Frits niet zonder hem. Dus toen hebben we onze bandnaam tijdelijk veranderd in Europe. Die formatie was geen lang leven beschoren. Toen we eind jaren negentig weer overwogen om Kayak nieuw leven in te blazen, kon dat alleen maar omdat Frits overleden was. Een Kayak zonder hem had hij nooit geaccepteerd en dat ons – hem kennende – een hoop ellende opgeleverd.”

 

Inmiddels is Scherpenzeel met tussenpozen ruim vier decennia met Kayak in de weer. De band staat sinds begin dit jaar weer helemaal in the picture dankzij album Seventeen, inderdaad het zeventiende studioalbum, opgenomen met een geheel nieuwe bezetting en uitgegeven op het gerenommeerde progrocklabel InsideOut Music. Na een reeds afgeronde tournee begin dit jaar staat er voor het najaar een tweede ronde shows in Nederland en de rest van Europa gepland.

 

Tekst: Patrick Lamberts

Reacties