The Legacy of Music
Interview Midge Ure: over Ultravox, Live Aid en veel meer…

Interview Midge Ure: over Ultravox, Live Aid en veel meer…

10, March 2018

De Schotse zanger, gitarist en songwriter Midge Ure is vooral bekend van zijn werk met new-waveband Ultravox (Vienna). En verder beleefde hij de punkexplosie met Rich Kids, speelde hij met Thin Lizzy/Phil Lynott en was hij medeverantwoordelijk voor kerstkraker Do They Know It’s Christmas? en Live Aid.

Voor zijn meest recente album, Orchestrated, dook Ure terug in zijn rijke oeuvre om bestaande liedjes opnieuw te arrangeren voor een orkest.

 

 

De 64-jarige Midge Ure heeft in zijn leven fantastische dingen bereikt en daar vertelt hij graag en smakelijk over. Om te beginnen over zijn nieuwste album Orchestrated, dat eind 2017 is verschenen.

 

Midge, je bent voor je meest recente album Orchestrated terug gegaan in de tijd en je hebt bestaande liedjes opnieuw gearrangeerd voor versies die door een orkest zijn ingespeeld. Hoe was het om op je oude werk te duiken?

“Ik moet sowieso geregeld terug in de tijd gaan. Dat geldt eigenlijk voor iedere artiest. Sommige oude liedjes moet je blijven vertolken, omdat mensen het van je verwachten. Om het voor mezelf ook interessant te houden, moet ik regelmatig mijn catalogus bij langsgaan om te bepalen welke nummers ik van Ultravox en Visage deze keer weer wil spelen. Wat het Orchestrated album betreft: ik koos vooral liedjes die zich goed lieten vertalen naar een orkestrale versie. Daarom staan er naast mijn bekendste liedjes op het album, ook minder bekende nummers op, en zelfs een geheel nieuwe compositie.”

 

Vroeger is je weleens aangeboden om een orkestrale versie van Vienna op te nemen. Toen heb je dat afgeslagen. Waarom ben je gedachte veranderd en heb je zelfs een volledig album gemaakt met orkestrale versies?

“Ik heb regelmatig mijn liedjes met een orkest mogen opvoeren. Tijdens Night Of The Proms bijvoorbeeld. Dat werkte. Na enkele van die concerten, begon ik het steeds een interessanter idee te vinden. Het nummer Vienna is een voor de hand liggende keuze om in zo’n vorm te gieten, want de originele versie is van zichzelf al groots, filmisch en meeslepend. De manier waarop het nummer is gearrangeerd doet vermoeden alsof een orkest meedoet. Andere nummers lieten zich minder gemakkelijk vertalen. Dancing With Tears In My Eyes is bijvoorbeeld in zijn originele vorm een uptempo rockliedje, maar op Orchestrated is het traag, treurig en triest. Maar beide versies werken. Pijnlijk om dit zelf te zeggen, maar daaruit blijkt wel dat het een goed liedje is.”

 

Ben je tijdens het doornemen van je catalogus nog door iets verrast?

“Ik was voornamelijk verbaasd dat ik nog met plezier naar een deel van de muziek kon luisteren. Ik heb me echt ook regelmatig afgevraagd hoe het in godsnaam mogelijk is dat sommige delen op vinyl zijn beland. Sommige opnames vind ik namelijk ronduit vreselijk, haha! Dikwijls vroeg ik mezelf af: wat wilde ik hier in hemelsnaam mee zeggen?! Alsof een stuk van mijn geheugen was weggeslagen en ik mezelf als een ander persoon beschouwde. Dat ik verrast ben door mijn eigen materiaal is ook een teken dat ik oud word. Zo kan me soms niet meer exact herinneren wie wat heeft bijgedragen aan de nummers van Ultravox.”

 

Hebben je oude bandmaten van Ultravox al op Orchestrated gereageerd?

“Ik heb nog niets van ze gehoord. Ik heb achttien maanden aan de arrangementen gewerkt. Daarbij was ik me maar al te bewust van alle gevoeligheden, zowel van de bandleden als van de fans. Een liedje in zijn originele vorm kan immers zomaar de soundtrack zijn van iemands leven. Die originele versies kunnen een significante betekenis hebben en bij een heel belangrijke herinnering of gebeurtenis van iemand horen. Ik was echt heel bang dat ik die herinneringen zou ruïneren door de liedjes in een nieuw jasje te steken. Maar wat blijkt: het tegengestelde gebeurt. Mensen worden verliefd op de nieuwe nummers, maar gaan ook de oude weer luisteren en die herinneringen ophalen. Het is dus alle moeite waard geweest. En gelukkig heb ik in filmcomponist Ty Unwin de juiste persoon gevonden die mij kon helpen, want zelf kan ik geen orkestpartijen schrijven of laten uitvoeren. Hij is op zijn beurt een enorme fan van Ultravox, dus het was een match made in heaven!”

 

Laten we nog wat verder in het verleden duiken: naar 1977-1979 om precies te zijn. Hoe heb je jouw tijd bij Rich Kids ervaren?

“Het was een fantastische tijd. Punk piekte op dat moment. Ik woonde in Glasgow, Schotland toen ik het telefoontje kreeg van Rich Kids-bassist Glen Matlock, met de vraag of ik ook naar Londen wilde komen. De dag dat ik arriveerde, speelden we drie liedjes in de oefenruimte. ’s Avonds gingen we op stap en eindigden we met spelen met The Clash, Sid Vicious, Nancy (Spungen), Billy Idol en Siouxsie And The Banshees. Alle bands waarover ik had gehoord en gelezen; ineens stond ik er middenin! We hebben met Rich Kids zelfs nog voor The Police mogen openen. Het was één grote vuurdoop voor me. Allemaal heel opwindend! En ik mocht later met een van mijn grote helden werken: Mick Ronson. Hij heeft het Rich Kids-album Ghosts Of Princes In Towers geproduceerd.”

 

Hoe kwam dat avontuur ten einde?

“Al snel kwam elektronische muziek uit Europa overwaaien. Die stijl wilde ik aan het geluid van Rich Kids toevoegen. Ik kocht een synthesizer en nam het mee naar oefen- en schrijfsessies. De ene helft van de band haatte het, dan andere vond het fantastisch. Die synthesizer heeft de band in tweeën gebroken en uiteen doen vallen. Daaruit is Visage ontstaan.”

 

Je bent op den duur een tijdje live-gitarist geweest van Thin Lizzy en schreef o.a. het nummer Yellow Pearl voor Phil Lynott (wijlen bassist/zanger Thin Lizzy). Hoe was het om met Lynott te werken?

“Rond mijn vijftiende/zestiende zag ik de originele bezetting van Thin Lizzy voor het eerst optreden. Ik vond het geweldig. We leerden elkaar kennen toen ik Londen was voor Rich Kids. Op den duur tourden ze in Amerika. Phil vroeg of ik de tournee kon afmaken omdat Gary Moore uit de band was getrapt. Ik hielp ze uit de brand, maar destijds lag mijn hart al bij Ultravox. Ik wist dus zeker dat ik nooit vast bandlid van Thin Lizzy kon worden. Maar omdat Billy Currie, toetsenist van Ultravox, met Gary Numan op pad ging, kon ik op deze manier ook wat geld verdienen. Billy en ik wilden met onze centen Ultravox weer nieuw leven inblazen, want er was op dat moment nog geen label of wat dan ook bij betrokken.”

 

Vond je het wel leuk om met Thin Lizzy op pad te gaan?

“Het was fantastisch! Het is de droom van iedere gitarist om het podium op te lopen en voor 80.000 man The Boys Are Back In Town te spelen. Het was extra mooi, omdat het niet mijn band was en ik alleen maar hoefde te spelen. Als er een mindere show was gegeven, kon de rest van de band daarover ruziën, maar ik maakte daar geen onderdeel van uit, want eerlijk gezegd trok ik het mij niet zo aan. Het leek dus wel vakantie! Maar in mijn hoofd was ik ook continu met Ultravox’ album Vienna bezig.”

 

Het titelnummer van Vienna werd een grote hit. De bijbehorende, door Russel Mulcahy geregisseerde videoclip wordt wel beschouwd als de eerste minifilm die specifiek voor een liedje is gemaakt. Hoe is het tot stand gekomen?

“Ons platenlabel wilde na Passing Strangers niet nog een videoclip maken. Het album Vienna stond al op nummer 2, dus men zag er het commerciële belang niet van in. Ik probeerde ze te overtuigen door te zeggen dat we op die manier in allerlei landen op hetzelfde moment op televisie konden komen. Bovendien konden we zo ons imago en onze visie uitdragen. Maar dat begrepen ze niet. We zijn toen op eigen houtje naar de bank gestapt om een lening aan te vragen om de clip te kunnen financieren. We hebben die video dus helemaal zelf op poten gezet. Mede daardoor is het album Vienna vijf weken in de hitlijst blijven hangen. En de televisiezenders deden precies wat we verwachtten: ze draaiden de clip volop. Voor hen was dat gewoon vier minuten prachtige televisie waar ze niets voor hoefden te doen, haha!”

 

Hoe was het om met producer George Martin – ook bekend als de vijfde Beatle – te werken aan het Ultravox-album Quartet?

“Op zowel professioneel als persoonlijk niveau was het een heer. Om met een legende in dezelfde ruimte te zitten is al bijzonder, maar om zo iemand als vriend te hebben is natuurlijk fenomenaal. Een van de mooiste momenten was toen George Martin en engineer Geoff Emerick, die samen onder meer aan The Beatles’ Sgt. Pepper-album hebben gewerkt, besloten om John Lennons microfoon te gebruiken voor de opnames. Ik mocht gewoon door John Lennons microfoon zingen! Een glorieus moment! Voor zo’n moment zou je een arm geven! Grappig genoeg vind ik het album te gepolijst klinken. Het eindresultaat is wat te gladjes voor Ultravox. De productie is te veel gespitst op de Amerikaanse markt. En ik ben niet tevreden met veel van de synthesizergeluiden die Billy gebruikte. Als geheel vond ik wel dat je kon horen dat we waren gegroeid. Ik geef het album Lament, uit 1984, echter de voorkeur. Vooral vanwege de donkere, hardere sound.”

 

Je bent samen met Bob Geldof een van de oprichters van Band Aid/Live Aid. Hoe staat het daarmee?

“Ik ben nog steeds een van de mensen die de boel overziet. Maar ik ben nu 64, Bob Geldof 65 en de andere beheerders zijn van dezelfde leeftijd. Iemand zal het op den duur van ons moeten overnemen. We zijn op dit moment ook niet actief aan het fondsen werven, want eigenlijk is het fonds helemaal gebouwd om het nummer Do They Know It’s Christmas?, dat Bob en ik hebben geschreven. Iedere keer dat het nummer wordt afgespeeld levert het geld op voor liefdadigheidsdoelen. Ook na onze dood zullen die inkomsten blijven binnenkomen, want het nummer zal in de toekomst zeker nog gedraaid worden. Er moet dus een serieus gesprek komen over de voortzetting van Band Aid. Ik ben echter voorlopig niet van plan om  ertussenuit te piepen, haha!”

 

Midge Ure speelt op vrijdag 9 maart 2018 in Q-Factory in Amsterdam en op 11 maart in de Mezz in Breda.

 

Tekst: Patrick Lamberts

Reacties