The Legacy of Music
Joe Satriani over zijn nieuwe plaat, zijn tijd bij Deep Purple en zijn aanhoudende succes

Joe Satriani over zijn nieuwe plaat, zijn tijd bij Deep Purple en zijn aanhoudende succes

12, January 2018

Gitaarvirtuoos Joe Satriani is al veertig jaar een succesvol solomuzikant. Op zijn zestiende studioalbum dat vandaag verschijnt, What Happens Next, keert hij terug naar zijn roots. De gitaarhelden uit zijn tienerjaren, onder andere Jimi Hendrix, Jimmy Page, Ritchie Blackmore, Carlos Santana en Eddie Van Halen, spelen op de achtergrond een belangrijke rol. ‘Satch’ vertelt over zijn nieuwe plaat, zijn tijd bij Deep Purple en zijn aanhoudende succes.

 

Photo: Joseph Cultice

 

Zo’n tien jaar geleden sloeg Joe Satriani de weg in van progressief getinte, instrumentale rockmuziek. Dat begon met het album Professor Satchafunkilus And The Musterion Of Rock (2008) en voerde hij vooral door op Unstoppable Momentum (2013) en Shockwave Supernova (2015). Op zijn nieuwste langspeler, What Happens Next, dat vanaf 12 januari 2018 wereldwijd verkrijgbaar is, klinkt hij weer een stuk Spartaanser. Het doel was dan ook: gewoon met drie man lekkere instrumentale rocksongs opnemen. En niet zomaar drie man: naast Satriani horen we drummer Chad Smith (Red Hot Chili Peppers, Chickenfoot) en bassist Glenn Hughes (Black Country Communion, ex-Deep Purple).

“Ik heb de onverklaarbare drang om steeds iets nieuws te doen. Zo ook deze keer”, aldus Satriani. “Maar ik wilde daarbij ook weer helemaal teruggaan naar de bron. Op What Happens Next hoor je dus deels een terugkeer naar de muziek waar ik als tiener naar luisterde, maar het biedt ook een frisse kijk op mijn spel en studiokeuzes.”

 

 

Wat was je doel met What Happens Next?

“Van mijn veertiende tot zestiende speelde ik in schoolbands. Het draaide destijds allemaal om de interactie tussen de bandleden: ik en m’n vrienden die zonder al te veel spullen liedjes probeerden te maken. Dat gevoel wilde ik weer ervaren en dus besloot ik met een kleine club te werken die precies begrijpt wat dit inhoudt. Het album kon dan ook alleen maar gerealiseerd worden dankzij drummer Chad Smith en bassist Glenn Hughes. Unieke muzikanten. Onwijs professioneel en virtuoos. En met heel eigen karakters. Op de plaat hoor je onze persoonlijkheden met elkaar de dialoog aangaan.”

 

 

Je zit met Chad Smith in de gelegenheidsband Chickenfoot en hebt ook weleens met Hughes gewerkt, maar jullie hadden nog niet eerder met zijn drieën gespeeld. Hoe ging dat?

“Dat was in het begin best spannend. Chad en ik hebben met Chickenfoot al eerder samen albums gemaakt. Maar bij die band doen we zelden aan voorbereiding – in tegenstelling tot mijn zeer uitgedachte solocarrière. Het leuke van Chickenfoot is dat we steeds op het scherpst van de snede moeten spelen als we bij elkaar komen. We zijn een beetje ‘gevaar’ dus wel gewend. Glenn kende ik al langer, maar we hadden maar één keer het podium gedeeld, in Londen, tijdens een feestje van het versterkermerk Marshall. Ik heb daarna altijd al een keer een volwaardige samenwerking met hem willen aangaan. Het is ongelooflijk dat we een gaatje van tien dagen in onze drukke schema’s vonden.”

 

 

En het is maar goed dat Glenn Hughes tegenwoordig een moderne hippie is en niet meer van die rare streken uithaalt zoals smakelijk opgeschreven in zijn biografie Deep Purple & Beyond: Scenes From The Life Of A Rock Star!

“Ik las Glenns biografie pas nadat we het album hadden opgenomen. Toen dacht ik: o mijn god, wat heeft die man allemaal meegemaakt?! Ik was geschokt! Maar hij is tegenwoordig een schat van een vent, en elke seconde honderd procent gefocust en betrokken.”

 

 

Gelukkig hebben de hectische omstandigheden uiteindelijk alleen maar positief bijgedragen aan de energie van het album.”

 

 

Waarom heb je deze keer voor een andere studio dan de Skywalker Studio in Californië gekozen?

“Vanwege het schema van Red Hot Chili Peppers, waar Chad zich aan heeft te houden, moesten we plotseling de sessies twee maanden eerder doen dan gepland, en dat kon uitsluitend in L.A. Daarom namen we op in Sunset Sound, een medium tot kleine opnamestudio in het centrum van de stad. Heel anders dan de grote Skywalker Studio in Noord-Californië. Het was wel even omschakelen. Ik had net een tournee van twee jaar achter de rug en had eigenlijk op vakantie willen gaan. Maar er was geen tijd om van het reizen en vele spelen te herstellen. Bovendien moest ik al mijn gear op tijd uit Singapore laten overvliegen om de studiosessies te kunnen doen. Gelukkig was ik nog in bloedvorm van de tournee en hebben de hectische omstandigheden uiteindelijk alleen maar positief bijgedragen aan de energie van het album. We hebben de tracks binnen tien dagen opgenomen. Chad was er zeven dagen bij en Glenn is nog een paar dagen extra gebleven om zijn baspartijen piekfijn te krijgen. Daarna zijn we naar Sammy Hagars (Chickenfoot, ex-Van Halen – red) The Foot Locker-studio in Californië gegaan waar we nog drie weken gitaar-overdubs hebben gedaan. Uiteindelijk is het album gemixt door producer/engineer Mike Fraser in Bryan Adams’ The Warehouse Studio in Vancouver.”

 

Photo: Joseph Cultice

 

Jimi Hendrix is altijd jouw bron der inspiratiebronnen geweest. Dat heb je nooit onder stoelen of banken geschoven. Tijdens het intro van het laatste nummer Forever And Ever hoor ik een eerbetoon aan hem. Klopt dat?

“Forever And Ever is enerzijds bedoeld als liefdesliedje en anderzijds zit er inderdaad die verwijzing in naar Hendrix – dat zijn muziek voor altijd mag voortleven! Dat intro voegde ik op het allerlaatste moment toe. Het klonk in eerste instantie meer als Van Halens Ain’t Talking About Love. Maar toen ik het terugluisterde, dacht ik: dit kan ik niet net zo spelen als Eddie, dat klopt gewoon niet. Vervolgens heb ik allerlei andere manieren uitgeprobeerd. Toen ik het voor de zoveelste keer terugluisterde, dacht ik: wat nou als Hendrix hier een stukje had gespeeld, hoe zou dat dan geklonken hebben? Daarom heb ik zijn slaggitaarstijl uit het Axis Bold As Love-tijdperk opgeroepen en zo gespeeld dat het klinkt alsof Hendrix Curtis Mayfield covert.”

 

 

“Ik voelde elke avond dat ik niet de geschikte persoon voor Deep Purple was.”

 

 

Je solocarrière is al veertig jaar aan de gang. Dat had ook heel anders kunnen verlopen. Bijvoorbeeld toen je in 1993 bij Deep Purple terechtkwam om de vertrokken Ritchie Blackmore te vervangen. Alles bij elkaar heeft dat echter maar een paar maanden geduurd. Waarom zo betrekkelijk kort?

“Ik kwam erbij tijdens een crisisperiode. Ritchie Blackmore was plots uit de band gestapt en het was te laat voor de band om hun shows te annuleren, want een week later moesten ze al in Japan spelen. De Japanse promotor belde mijn manager en vroeg of ik Blackmores positie wilde innemen. De schrik sloeg me natuurlijk om mijn hart, omdat ik de onvervangbare Ritchie Blackmore moest vervangen. Aan de andere kant wilde ik het heel graag doen omdat ik Deep Purple altijd al te gek heb gevonden en dit waarschijnlijk mijn enige kans was om ooit met ze te spelen. Het ging om een tour van drie weken in december 1993. Aan het einde vroegen ze of ik wilde aanblijven voor de aanstaande zomertournee in Europa, zodat ze intussen tijd hadden om uit te zoeken hoe en wat. In de zomer van 1994 voegde ik me weer bij de band. Tijdens die tournee, die verder echt ontzettend leuk was, voelde ik elke avond dat ik niet de geschikte persoon voor Deep Purple was. Dat voelde ik in mijn hart, zelfs al vond ik het heel aardige mensen en natuurlijk fantastische muzikanten.”

 

 

Wat zei je hart?

“Dat ik niet altijd exact zoals Ritchie Blackmore wilde spelen. Uiteindelijk komt het er toch op neer dat je altijd Smoke On The Water, Child In Time en The Battle Rage’s On moet nadoen. Dat zijn iconische nummers, mede dankzij Ritchies stijl. Die kan je niet zomaar aanpassen. Mijn goede vriend Steve Vai, die tijdelijk bij David Lee Roth in de band zat, nadat die op zijn beurt was gestopt met Van Halen, heeft ooit tegen me gezegd: ‘Als je het kan voorkomen: vervang nooit een beroemde gitarist!’ Hij werd gek van de continue vergelijkingen die werden gemaakt tussen hem, Eddie Van Halen en Yngwie Malmsteen. Ik kon me helemaal indenken in zijn situatie en wilde dat mezelf besparen. Tegen het einde van de tour met Deep Purple zat ik met bassist Roger Glover ergens in Barcelona aan de bar. Hij zei: ‘We denken dat je geen vast bandlid wil worden, maar wij willen wel graag met een vaste gitarist werken.’ Toen we dat bespraken en het over mogelijke vervangers hadden, kwam hij met Steve Morse als optie. Ik was stomverbaasd. Steve Morse is net als ik een Amerikaan en ik was ervan overtuigd dat ze op zoek zouden gaan naar een Brit. Als Steve Morse-fan leek het me echter helemaal te gek. Hij is de perfecte match gebleken.”

 

 

Wat weinig mensen weten is dat je achtergrondvocalen hebt verzorgd op het album Crowded House (1986), van de gelijknamige Australische band. Heb je meer van dat soort goed bewaarde geheimen die je met ons kan delen?

“Nee, dit was iets ongewoons. Hun producer, Mitchell Froom, kende The Squares, het powertrio waar ik in de jaren gitaar in speelde en harmonieën zong met leadzanger/bassist Andy Milton. We kenden Froom nog niet, maar hij wist wel van onze zangharmonieën af. Omdat we in Noord-Californië zaten, waren we vrij onbekend, zeker vergeleken met de populaire achtergrondzangers uit L.A. Maar die waren al op alle andere platen te horen en dus wilde Froom eens wat anders. Mijn bereik bleek overeen te komen met dat van drummer Jim Keltner, en Miltons bereik met dat van zanger/gitarist Neil Finn. We zingen achtergrondvocalen op de zes bekendste nummers van het album. Ik doe voornamelijk lage harmonieën en Andy de hoge. Dat was overigens de eerste en laatste keer dat ik een loonstrookje heb gekregen om iets in te zingen, haha!”

 

Photo: Joseph Cultice

 

Je zevende studioalbum, Crystal Plant (1998), bestaat in maart 2018 twintig jaar. Hoe kijk je op dat album terug en heb je er nog speciale plannen mee?

“We zijn nooit gestopt met het spelen van materiaal van dat album. Het titelnummer is bijvoorbeeld lang een van de basisnummers in onze set geweest. Het was ook een geweldig album om te maken. Normaliter werk ik in mijn thuisstudio demo’s uit, maar dat deed ik deze keer bewust niet om te kijken wat er zou gebeuren. Ik schreef de muziek alleen uit op papier. Daarna zijn we het materiaal met de band, bestaande uit drummer Jeff Campitelli en bassist Stu Hamm, gaan repeteren. Het idee was om ons niet te laten beïnvloeden door audiodemo’s. De eerste keer dat we de nummers daadwerkelijk hoorden, was toen wij ze voor het eerst samen live speelden. Het album is opgenomen in de bekende The Plant Studios in Sausolito net over de Golden Gate Bridge (waar onder meer Metallica, Ozzy Osbourne en David Bowie hebben opgenomen – red). Omdat ik al veel albums heb gemaakt zullen de jubilea nu blijven komen. Voor Crystal Planet heb ik op dit moment geen speciale plannen.”

 

 

Je hebt een biografie uitgebracht, genaamd Strange Beautiful Music. Onlangs kreeg het boek – eerder een studioverslag per album dan een doorlopend persoonlijk verhaal – een update rond het album Shockwave Supernova (2015). Kunnen we binnenkort weer een toevoeging verwachten over What’s Happens Next?

“Dat we onlangs een hoofdstuk hebben aangevuld en het boek als paperback hebben uitgebracht is vanwege de goede verkoop. Als mensen het interessant blijven vinden dan zullen wij blijven updaten.”

 

 

“Ik spreek geen Nederlands, dus ik heb nooit geweten wat er aan het begin van Surfing With The Alien wordt gezegd.”

 

 

Onlangs is Beyond The Supernova in première gegaan, een documentaire gemaakt door je zoon ZZ, over jouw innerlijke zoektocht die voorafging aan What Happens Next en je alter ego dat op Shockwave Supernova centraal staat. Wat is je plan daarmee?

“Het originele plan was om diverse filmfestivals bij langs te gaan en pas daarna de documentaire voor het grote publiek uit te brengen, maar eigenlijk willen we de documentaire nu eerder openbaar maken. Eerst op kabeltelevisie in Amerika, waarschijnlijk via het AXS TV-kanaal, waarop Sammy Hagar zijn Rock & Roll Road Trip-show heeft. En mijn vrienden van Sony zijn in Europa en Azië voor deals aan het shoppen om zoveel mogelijk fans te bereiken. Ik ben er vrij zeker van dat we binnenkort los kunnen gaan.”

 

 

Surfing With The Alien (1987) – zowel het nummer als het album – begint met een sample waarin ook de Nederlandse taal voorbijkomt (‘we wensen haar vanaf deze plek ongelooflijk veel beterschap…’). Was je je daar bewust van?

“We wisten dat we fragmenten hadden van Nederlandse, Duitse, Scandinavische en Britse radio-uitzendingen. Co-producer John Cuniberti was in Londen geweest voor opnames met een andere band. Hij had willekeurige opnames van overzeese radiostations gemaakt. Het mooie van het niet begrijpen van een andere taal is dat die heel muzikaal kan klinken. John heeft de mooist klinkende momenten verzameld. Het idee is dat het album begint met een landend ruimteschip dat wereldwijde communicatie op Aarde oppikt. Ik spreek nog steeds geen Nederlands, dus ik heb nooit geweten wat er wordt gezegd. Als jij het voor me kan vertalen zou dat geweldig zijn!”

 

 

Joe Satriani komt in maart 2018 naar Europa met zijn befaamde G3-formule. Voor deze gitaaravonden neemt hij steeds twee wisselende gastgitaristen mee. Deze keer komen John Petrucci van Dream Theater en Uli Jon Roth (ex-Scorpions) mee naar Europa. Zij en Satriani spelen ieder een solo-set achter elkaar en sluiten de avond gezamenlijk af met een jamsessie. Satriani’s live-band bestaat tegenwoordig uit bassist Bryan Beller (The Aristocrats, Dethklok, Dweezil Zappa), toetsenist/gitarist Mike Keneally (Frank Zappa, Steve Vai, Dethklok) en drummer Joe Travers (Zappa Plays Zappa, Billy Idol, Duran Duran). De G3 strijkt op 31 maart neer in Oosterpoort, Groningen en 14 april in Het Klokgebouw, Eindhoven.

 

tekst: Patrick Lamberts

Reacties