The Legacy of Music
Ad Vandenberg over vroeger en nu

Ad Vandenberg over vroeger en nu

10, December 2017

Ad Vandenberg is de enige Nederlandse muzikant die in een uitverkocht Madison Square Garden in New York heeft gespeeld, meerdere keren achter elkaar. Zijn status in Amerika (en Japan) is dan ook aanzienlijk groter dan bij ons. Dat ligt deels aan zijn eigen broodnuchtere houding en bescheidenheid: “Ik doe maar wat op de gitaar en heb nog steeds het gevoel alsof ik op gang aan het komen ben.” We onderwerpen hem in de Gibson Room in de A’DAM Toren aan een vragenvuur.

LONGREAD: 15 MINUTEN

 

 

tekst: Patrick Lamberts

 

 

Adriaan, Adrianus, Adje, Ad of – op zijn Engels – Adrian Vandenberg heeft de droom van iedere hardrockgitarist geleefd. Na de band Teaser wordt de bekende blonde Haagse gitarist en schilderkunstenaar vooral bekend dankzij het naar hem vernoemde Vandenberg. Onder meer het debuut, met de hit Burning Heart, dat inmiddels 35 jaar bestaat levert hem wereldfaam op. Vervolgens blaast de bijna twee meter lange ‘Adje’ met ex-Deep Purple-zanger David Coverdale de rockband Whitesnake nieuw leven in. Met de nummer-1-hit Here I Go Again welteverstaan. Vandenberg blijft tot 1999 bij Whitesnake betrokken. Maar rond de millenniumwisseling wordt het stil en hangt hij zijn gitaar aan de wilgen. Pas in 2011 keert de rockster terug en nu gaat hij met Vandenberg’s Moonkings weer de hele wereld over, al heeft hij de volle stadions ingeruild voor kleinere poppodia. Hoe kijkt Vandenberg terug op zijn succes en huidige carrière? 

 

Beschouw je Vandenberg’s Moonkings als je tweede muzikale leven?

“Eigenlijk als mijn zoveelste muzikale leven. Mijn eerste was met Teaser. Daarna had ik Vandenberg en vervolgens kwam Whitesnake om de hoek kijken. In 1994 was Manic Eden ook een heel kort leventje beschoren. Moonkings is dus mijn zoveelste leven. Maar het voelt weer net als vroeger, toen ik met mijn eerste cassette liep te leuren bij de platenmaatschappijen in Hilversum. En ik krijg nog iedere keer een kick van het uitbrengen van een plaat. Het klinkt misschien raar, maar ik heb nog steeds het gevoel alsof ik op gang aan het komen ben.”

 

Voordat je met Moonkings begon, heb je twaalf jaar lang helemaal geen muziek uitgebracht. Was je niet bang dat men je vergeten was?

“Er zijn ongetwijfeld veel mensen die hebben gedacht: daar komt Adje Vandenberg na zoveel jaar weer met een plaat aankakken. Eddie Trunk, een bekende Amerikaanse radio-dj, vertelde dat hij gedurende mijn afwezigheid wel duizend keer de vraag heeft gekregen waar Vandenberg was gebleven. Er gingen in Amerika meerdere geruchten de ronde: ik zou kluizenaar zijn geworden of schaapsherder. Wat het ook was, het speelde zich allemaal af op de Drentse heide, haha!”

 

Vandenberg – This Burning Heart

 

 

Hoe is dat zo gekomen, denk je?

“In de jaren negentig begon hardrock uit de picture te raken. De grunge-beweging kwam opzetten en dientengevolge gingen veel generatiegenoten van mij ook ineens lopen in Dr. Martens-schoenen, afgeknipte spijkerbroeken en houthakkersshirts. Maar ik niet. Ik heb altijd gedacht: als je dicht bij jezelf blijft, kan je het nooit fout doen. Dan heb je misschien tijdelijk minder succes of ben je een keer minder hip, maar om nou heel krampachtig iets te doen wat je zelf helemaal niet voelt, leek me heel raar. Dus ik trok mijn eigen plan. Mensen wisten na Whitesnake nog wel steeds dat ik bestond, maar zagen me ook naar de achtergrond verdwijnen. Ik dacht: ik kap er twee tot drie jaar mee om mijn dochtertje te zien opgroeien. Uiteindelijk is die periode veel langer geworden. Dat was geen vooropgezet idee. Zoals John Lennon ooit zei: ‘Life is what happens to you while you’re making other plans.’ Met andere woorden: er gebeuren dingen die je niet in de hand hebt.”

 

In zo’n geval kan de razendsnelle muziekwereld keihard zijn en je zomaar vergeten…

“Zonder al te melodramatisch te klinken: ik ga altijd op mijn hart af. Ik wilde sowieso mijn oorspronkelijke werk weer oppakken: kunst schilderen. Door meerdere factoren die op een natuurlijke wijze bij elkaar vielen raakte ik weer in de muziek terecht. In 2011 schreef ik het clublied A Number One voor FC Twente. Zo kwam ik met zanger Jan Hoving in contact. Dat er zo’n goede vocalist in Nederland rondliep, wist ik tot dan toe niet. Ik zocht op den duur ook een ritmesectie om dat clublied eenmalig live ten gehore te brengen. Bassist Sem Christoffel en drummer Mart Nijen had ik al acht jaar eerder al eens in twee verschillende talentenjachten de sterren van de hemel zien spelen. Ze waren toen pas een jaar of 14. De samenwerking met hen en Jan voelde zo goed aan, dat ik met ze ben doorgegaan.”

 

 

“Ik ga geen enge knievallen maken om hip te zijn.”

 

 

Had je het idee dat er nog ruimte was voor hardrock: begin 21e eeuw is immers niet de beste periode voor gitaarsolo’s geweest?

“Toen ik in de jaren zeventig op mijn 20e/21e Teaser promootte, zeiden ze ook al dat ik een goede gitarist was, maar dat ik andere muziek moest maken. Later met Vandenberg net zo. Dat was in de tijd dat Britse synthesizerpop populair was. Maar toen werd Burning Heart tot ieders verbazing ineens een hit in Nederland. Dat kwam doordat het in Amerika al eerder een hit was. In Nederland sloeg het nummer pas aan bij de derde lancering. Toen kon niemand er meer omheen en was het ineens ‘onze Adje’. Nou, dat is dan maar zo. Hoe het ook gebeurt, je kan het toch niet beïnvloeden. De muziek die ik nu maak is honderd procent verwant aan wat ik op mijn eerste Teaser-plaat deed. Het is gewoon wat uit mijn en ons hart komt. Als een plaat het dan een keer minder goed doet, heb ik in elk geval een plaat gemaakt waar ik zelf trots op ben. Ik ga geen enge knievallen maken om hip te zijn. Als je dat wel doet en een plaat hebt die niets doet, dan heb je en een kutplaat gemaakt die niet dicht bij jezelf ligt en een geflopte plaat. Dan ben je dus dubbel genaaid.”

 

Je hebt Vandenberg’s debuutalbum (Vandenberg), met de hit Burning Heart, in Jimmy Page’s Sol Studio opgenomen. Hoe was het om bij de Led Zeppelin-gitarist te werken?

“Dat was te gek! Vooral om met een helikopter op het grasveld te landen en tot mijn verbazing te ontdekken dat Page even lang is als ik. We hebben elkaar daarna nog vaak gezien in mijn tijd bij Whitesnake. We zijn ook eens samen gaan stappen en hebben een heel wilde nacht in Tokio beleefd. Hij heeft me daar allerlei dingen laten zien waarvan ik het bestaan niet afwist. Dat ging echt heel ver, potverdorie… Niet te publiceren helaas, haha! Je probeert natuurlijk cool te blijven bij zo’n legende, maar ik had toch de neiging om hem uit te horen. We hebben het vooral gehad over de fase van Led Zeppelin, toen de band in Amerika begon te toeren en de bandleden dachten dat ze daar een maandje naartoe zouden gaan, wat uiteindelijk twee jaar bleek te zijn! Alleen maar toeren, toeren, toeren. Zoiets had ik met Whitesnake ook meegemaakt. We zouden bij de eerste tour twee maanden op pad zijn, maar dat werd anderhalf jaar. Ongekend voor een Nederlandse muzikant!”

 

 

“Ik zie muziek maken als schilderen met geluid.”

 

 

Luister je nog weleens naar Vandenberg’s debuutalbum uit 1982?

“Niet echt. Ik zie het nog weleens voorbijkomen op Facebook, bijvoorbeeld.”

 

Vind je het nog leuk om Burning Heart te spelen?

“Zeker, omdat je wordt meegesleept door het publiek. Op YouTube staat een videoclip waarop is te zien dat we het nummer voor het eerst sinds lange tijd in Tokio spelen. Mensen staan met de tranen in hun ogen. Het klinkt heel Vader Abraham-achtig, maar dat doet je wel degelijk wat. Voor mij was en is het nog steeds een heel bepalend nummer, maar tijdens het schrijven ervan heb ik dat nooit gedacht. Zoiets bedenk je gewoon niet. Ik niet tenminste. Ik zie mijn muziekcarrière nog steeds als een uit de hand gelopen hobby. Ik doe ook maar wat op de gitaar en speel vanuit mijn hart. Dat gevoel hou ik graag levend, want daardoor blijf je onbevangen.”

 

Dat je maar wat op de gitaar doet, geloof je zelf toch niet?!

“Serieus! Ik kan geen noot lezen. Ik ben regelmatig gevraagd om gastcollege te geven op conservatoria in Amerika en Japan, waar ze sommige gitaarsolo’s van me gebruiken als lesmateriaal, onder meer omdat er klassieke invloeden in zitten. Maar dat heb ik altijd afgewezen. Ik kan die studenten niets leren, omdat ik zelf geen theoretische kennis heb. Ik ga gewoon op mijn gevoel af. Net als bij koken eigenlijk, wat ik ook graag doe. Dat zie ik als schilderen met smaken; muziek maken als schilderen met geluid.”

 

Whitesnake – Here I Go Again

 

 

Hoe heeft David Coverdale jou overgehaald om Vandenberg te verlaten voor Whitesnake?

“Ik kreeg een uitnodiging van John Kalodner, A&R-manager van platenmaatschappij Geffen, om te praten over een nieuw Vandenberg-contract. Ik vloog voor het eerst eersteklas naar Amerika. De dag erop zat ik bij hem op kantoor. Hij had twee voorstellen. Hij vond de bezetting van Vandenberg niet zo sterk en wilde een nieuwe line-up. Ik had Bert Heerink toen al uit de band moeten zetten vanwege allerlei wangedrag. Maar John wilde ook met allerlei topmuzikanten uit L.A. een nieuwe Vandenberg neerzetten. Daar wilde ik eerst goed over nadenken, zeker omdat ik die andere jongens niet zomaar kon laten vallen. Toen kwam het andere voorstel: of ik ook bij Whitesnake wilde komen. John vertelde dat Whitesnake inmiddels bij het Geffen-label zat en dat David sinds kort in de buurt woonde. Maar eerst wilden ze dat ik Here I Go Again opnieuw ging arrangeren en de gitaarsolo opnieuw zou inspelen. Zonder verplichtingen. Nou prima. Het werd totaal onverwacht een wereldwijde nummer-1-hit. Ik heb er overigens – op Hollandse wijze – helemaal geen poen voor gevraagd, want dat schept verplichtingen. Ik heb daar geen spijt van. Geld is nooit een drijfveer voor me geweest. David en ik trokken vervolgens twee weken met elkaar op en dat klikte goed. Ik dacht: ik kan wel een nieuwe Vandenberg opzetten, maar zo’n zanger als David vind ik nooit, dus waarom ook niet?”

 

Kwam je in een gespreid bedje?

“Ik kwam totaal niet in een gespreid bedje! Whitesnake had toen een paar miljoen schuld bij hun vorige platenmaatschappij. Bovendien waren David en ik nog maar met z’n tweeën. Tot mijn grote vreugde kwamen bassist Rudy Sarzo en drummer Tommy Aldridge er op den duur bij. Rudy had ik leren kennen toen hij met Quiet Riot het voorprogramma deed van Vandenberg en Tommy kende ik toen we met Vandenberg special guest waren van Ozzy Osbourne, bij wie Tommy destijds drumde. En dat die plaat (Whitesnake, maar in Europa 1987 getiteld) meteen naar nummer 1 knalde, had ook niemand verwacht!”

 

 

“We maakten er gewoon een lekkere, gezellige puinhoop van!”

 

 

Hoe groot was het succes van Whitesnake?

“Ik zie die jaren als de barokperiode van de hardrock. Lekker flamboyant. Showbusiness. We maakten er gewoon een lekkere, gezellige puinhoop van. We hadden kort na elkaar twee nummer-1-singles en verkochten gewoon een paar keer achter elkaar Madison Square Garden uit. Ik ben de enige Nederlander die dat ooit heeft meegemaakt. Op dat moment realiseerde ik me dat ook terdege. Ik heb er daarom alles uit gehaald. Voor mezelf, maar ik vond het ook mijn verantwoordelijkheid naar alle Nederlandse muzikanten toe, want waarschijnlijk gaat een Nederlandse artiest zoiets nooit meer meemaken. Wie zou dat dan moeten zijn: André Rieu misschien?! Het Whitesnake-avontuur is tot 1999 doorgegaan. Er kwam een einde aan omdat David voor de zoveelste keer wilde stoppen. Toen dacht ik: dan ga ik weer lekker met mijn schilderijen aan de gang. En toen kreeg ik een dochtertje en van het een kwam het ander…”

 

Zo komen we terug bij Vandenberg’s Moonkings, waarmee je onlangs een tweede plaat hebt uitgebracht (MK II).

“Eigenlijk zou die plaat al sneller na het debuut komen, maar ik heb een Lyme-infectie opgelopen en ben daardoor anderhalf jaar uit de running geweest. Echt kut man! Een tekenbeet, in mijn eigen tuin. Ik had het gras gemaaid, maar zag die teek pas ’s avonds tijdens het douchen. Ik heb hem er blijkbaar verkeerd uit getrokken en dat beestje had helaas die Lyme-bacterie bij zich. Na vijf antibioticakuren en anderhalf jaar bekaf en wazig in mijn kop te zijn geweest voel ik me inmiddels al weer een tijdje fit. Godzijdank heb ik een goed afweersysteem en leef ik gezond, daardoor kan ik nu prima met de restanten van die bacterie in mijn lijf leven.”

 

 

Mijn voormalige manager noemde me vroeger gekscherend Fantaberg.”

 

 

Het rock-‘n-roll-leven is nooit aan jou besteed geweest hè?

“Ik wil zo lang mogelijk mee, zeker als ik een 74-jarige Jagger over het podium zie gaan. Daar kunnen de meeste twintigers niet tegenop. Het is toch te gek dat je tot het einde van je dagen mag doen wat je het liefste doet?! Als Herman Brood en ik elkaar vroeger tegenkwamen, hadden we altijd discussies over onze uiteenlopende levensstijlen. Hij zei altijd: ‘Vandenberg, je bent zo saai man!’ Omdat ik toen zelden alcohol dronk. Tjerk Lammers, mijn manager tijdens Manic Eden en al sinds de jaren tachtig een goede vriend, zoop destijds als een Maleier en noemde me gekscherend Fantaberg – naar de frisdrank. Hij zei weleens: ‘Doe nou mee man!’ Maar nee joh, ik heb het gewoon nooit lekker gevonden. Nu neem ik alleen een lekker wijntje op zijn tijd. Brood en zijn band deden ook weleens een snuifje en vonden het dan ook saai als ik niet meedeed. Maar we weten allemaal waar zoiets toe kan leiden… Brood had sowieso een heel andere filosofie dan ik. Hij leefde liever kort en krachtig, en haalde zijn intensiteit uit drank en drugs. Dat kan ik waarderen, maar ik haal de intensiteit liever uit andere dingen: in een band spelen, schilderen en rondhangen met mijn dochter en vrienden. Misschien saai voor een rocker, maar ik ben vooral blij dat ik er nog steeds ben en met meer enthousiasme dan ooit muziek kan maken.”

 

Hoe heb jij je hoofd altijd zo koel kunnen houden?

“Dankzij mijn lengte, haha! En mijn Hollandse nuchterheid en opvoeding hebben erg geholpen. Als we langer dan anderhalve week vrij hadden met Whitesnake vloog ik terug naar Nederland om met mijn voeten in de klei te staan. Dan besef je des te meer dat Hollywood niet de echte wereld is. Ik klooide dan thuis een beetje in de tuin en ging wat rondhangen met vrienden, familie of mijn toenmalige vriendin. Krantje lezen, chocoladehagelslag en pindakaas eten, en goede koffie drinken, dat soort basic dingen. Lekker Hollands. In Amerika kwam ik weer in een heel andere wereld, waarin ik het als een soort buitenstaander ook goed vertoeven vond. Maar ik zag mezelf daar niet aarden. Eigenlijk kun je wel zeggen dat Nederland mij al die jaren bij de les heeft gehouden.”

 

http://vandenbergsmoonkings.com

 

 

DE FAVORIETE ALBUMS VAN AD VANDENBERG

  1. The Beatles – Abbey Road (1969)

“Deze plaat heb ik het meest beluisterd van alle Beatles-albums. Het is een samenhangend geheel en dat thematische spreekt me erg aan.”

 

  1. Led Zeppelin – I (1969)

“Ze hebben zoveel goede platen gemaakt, maar deze was redelijk baanbrekend – hoewel ze (Blueprint) de blauwdruk van Jeff Beck hadden geleend, toen hij nog bij Rod Stewart zat. Beck is daar nog steeds pissig over, want hij speelde natuurlijk met Jimmy Page in The Yardbirds samen en heeft nog steeds het idee dat Page er met zijn idee vandoor is gegaan. Dat kan je moeilijk zeggen, want dat materiaal is weer gebaseerd op oude bluesknakkers als Albert Green en Buddy Guy, die eigenlijk de wildste, meest elektrische speler is en de laatste levende. Hij was het meest rock en dus een inspiratie voor ons allemaal.”

 

  1. Jimi Hendrix – Smash Hits (1969)

“Gewoon waanzinnig. Ik luister er nog steeds naar!”

 

  1. Free – Fire And Water (1970)

“Deze plaat is heel belangrijk voor me geweest. Zanger Paul Rodgers en de hele band is echt ongelooflijk op die plaat. Ik vond het een ongelooflijke kick en eer om een nummer op Rodgers soloplaat The Chronicle in te spelen. Ik mocht kiezen tussen een heropname van de twee Free-nummers All Right Now en Fire And Water. All Right Now heeft zo’n iconische solo waar ik niets aan wilde veranderen, dus werd het Fire And Water. Ik beschouw dit als een van de hoogtepunten uit mijn leven, omdat Rodgers nog altijd mijn favoriete zanger is.”

 

  1. The Black Keys – Attack & Release (2008)

“Een wat modernere plaat. Toen deze uitkwam, dacht ik: verdorie, te gek! Eindelijk weer eens een paar gasten die de studio induiken en niet per se een high tech klinkende plaat maken.”

 

  1. Van Halen – Van Halen (1978)

“Van Halens debuut is een monumentale plaat die invloed heeft uitgeoefend op rockmuziek en alle gitaristen.”

 

  1. AC/DC – Highway To Hell (1979)

“Ik heb met Teaser ooit in het voorprogramma van AC/DC gespeeld en in eerste instantie vond ik niet veel aan hun muziek. Veel te hard en te bot. Ik ben het pas een stuk later gaan waarderen en vind het inmiddels te gek.”

 

  1. The Rolling Stones – Exile On Main St. (1972)

“Ook een monumentale plaat die mijn spel en waardering voor muziek heeft beïnvloed.”

 

  1. Foo Fighters, Kings Of Leon, Rival Sons en Greta Van Fleet

“Allemaal bands die me niet per se beïnvloeden, maar wel lekkere platen kunnen maken en de fakkel van rockmuziek brandend houden.”

 

  1. Teaser, Vandenberg, Whitesnake en Vandenberg’s Moonkings

“De debuutalbums van Teaser, Vandenberg en Vandenberg’s Moonkings, en de Whitesnake-plaat uit 1987 zijn de grootste mijlpalen van mijn eigen carrière, want die albums zijn bepalend geweest voor mijn loopbaan. Ik hoop dat er nog vele mogen volgen!”