The Legacy of Music
Golden Years of Dutch Pop Music: Herman Brood & His Wild Romance

Golden Years of Dutch Pop Music: Herman Brood & His Wild Romance

3, December 2017

Heel wat Nederlandse artiesten zouden maar wat graag de geschiedenis ingaan als de ultieme vaderlandse rock-‘n-roll held. Het is een titel die echter voor eens en voor altijd vergeven is aan Herman Brood, een fenomeen dat decennialang op alle mogelijke manieren de pennen en de tongen in beweging weet te houden. Hij doet dat als muzikant, schilder, acteur, dichter, grootgebruiker van drugs, maar vooral iemand die zich dankzij zijn kleurrijke persoonlijkheid aan de typisch Nederlandse middelmaat weet te ontworstelen. ‘Doe maar gewoon’ is een advies dat niet aan hem besteed is.

 

 

Tekst: Robert Haagsma

 

Aanvankelijk wijst niets er op dat Herman Brood ooit voor zoveel beroering zal zorgen. Hij groeit op in Zwolle, waar hij in 1946 ook er wereld komt, als een ietwat in zichzelf gekeerde jongen. Een eenling, die weinig aansluiting vindt bij zijn leeftijdsgenoten. Hij raakt wel al vroeg in de ban van muziek. Vooral blues. Eind jaren vijftig krijgt hij zijn eerste pianolessen. In de loop van de jaren groeit de Amerikaanse zanger en pianist Mose Allison uit tot zijn grote voorbeeld. In het midden van de jaren zestig gaat hij studeren aan de kunstacademie in Arnhem en ruikt hij als lid van The Moans voor het eerst aan het rock-‘n-roll leven.

 

Zijn doorbraak komt in 1967, als hij gevraagd wordt om lid te worden van de Drentse blues formatie Cuby + Blizzards. Hij is te horen op het album Groeten uit Grollo uit 1967, inmiddels een alom erkende Nederpopklassieker. Zijn dartele spel siert ook Window Of My Eyes, een single die een jaar later uitkomt en die een al even legendarische status krijgt. Eind jaren zestig wordt hij echter uit de band gezet. Het is voor het eerst dat zijn drugsgebruik hem parten speelt. Er volgen wat onduidelijke jaren waarin Herman Brood vruchteloos zijn weg zoekt. Wel participeert hij in een reünieoptreden van Cuby + Blizzards dat in 1974 door de VARA uitgezonden wordt. Hernieuwde pogingen op de band weer nieuw leven in te blazen, lopen echter stuk. Zijn avontuur bij de band Vitesse is ook kortstondig.

 

 

In 1976 vindt een ontmoeting plaats die zijn leven en vooral zijn loopbaan voor altijd zal veranderen. Hij maakt kennis van Koos van Dijk, die zich al snel over hem ontfermt als zijn manager; een rol die hij tot Broods dood in 2001 met verve zal blijven vervullen. Het is mede dankzij zijn dadendrang en feilloze gevoel voor publiciteit dat Herman Brood in de jaren die volgen uit zal groeien tot een nationaal fenomeen: op menige maandagochtend het favoriete gespreksonderwerp bij de koffieautomaat in ‘s lands kantoortuinen.

 

Zijn doorbraak heeft alleen wel een muzikale basis. Hij maakt in 1977 al diepe indruk met het album Street, waarop hij zijn aloude invloeden weet te actualiseren door ze te voorzien van een punk-achtige energie. Hij gaat daar een jaar later nog eens overheen met Shpritzs, zijn beste album. Zijn later regelmatig van bezetting wisselende begeleidingsband Wild Romance bestaat hier uit Dany Lademacher op gitaar, Freddie Cavalli op bas en Kees Meerman op drums. In een deel van de nummers wordt de achtergrondzang verzorgd door de Bombitas: Monica Tjen A Kwoei en Floor van Zutphen. De nerveuze rock-‘n-roll vormt het ideale decor voor de impressionistische teksten van Brood. Hij mag niet de grootste zanger ter wereld zijn, een accent is hem niet vreemd en hij neemt ook regelmatig een loopje met de Engelse grammatica; het resultaat is echter even overtuigend als uniek. Dat is het enige dat telt. De van het album getrokken single Saturday Night wordt dan ook een klinkende hit.

 

 

In een paar koortsachtige jaren domineert Herman Brood de radio, televisie, kranten en bladen. Het journaille schuift graag aan om zijn verhalen op te tekenen over zijn amoureuze escapades en zijn grenzeloze consumptie van drugs. Hij speelt in 1979 zichzelf in de film Cha Cha, samen met onder anderen Nina Hagen. Voor de camera – en niet voor de wet – treedt hij zelfs in het huwelijk met de extravagante Duitse zangeres. Hij scoort zowaar een carnaval hit met Maak van uw scheet een donderslag. Brood is alom aanwezig.

 

Als vanzelf ontstaat de roep om een Amerikaans avontuur. Het draait uit op een deceptie. Hij laat zich overbluffen door Amerikaanse producers en sessiemuzikanten met als gevolg dat het resultaat Go Nutz veel van zijn oorspronkelijke charmes ontbeert. Zijn twee nieuwe hits – Never Be Clever en I Love You Like I Love Myself – en de Zilveren Harp die hij in 1980 ontvangt, maken wel veel goed. Toch zal Herman Brood zich mentaal en muzikaal nooit helemaal herstellen van de teleurstellende ervaringen in Amerika. Het momentum is hem ontglipt. Toch blijft hij ook de jaren die volgen regelmatig uitstekende albums uitbrengen, zoals in 1984 The Brood. Het wordt gevolgd door de energieke concertregistratie Bühnensucht. Het sterke Ya Ya, geproduceerd door George Kooymans, levert hem in 1988 de hit Sleepin’ Bird op. Hij staat dat jaar ook op het affiche van Pinkpop. Fresh Poison uit 1994, opgenomen met Shell Schellekens, is een ander hoogtepunt in zijn lange loopbaan. Vijf jaar later brengt hij met het swingende Back On The Corner een welgemeende ode aan idolen als Cole Porter, Duke Ellington, Willie Dixon en natuurlijk Mose Allison. Ook zijn eigen klassieker Saturday Night wordt in een chique jasje gehesen.

 

 

Ondertussen heeft Herman Brood ook allang naam gemaakt als een productief schilder van kleurrijke doeken, tekeningen en zeefdrukken. Zijn werk vindt gretig aftrek bij een breed publiek. Hij wordt ook betrokken bij de lancering van platenzaak Fame, het boegbeeld van de Free Record Shop keten. Zo beschildert hij een Amsterdamse tram. Herman Brood blijft ook een graag geziene gast op de nationale televisie, waar zijn eigenzinnige optredens garant staan voor goede kijkcijfers. Het publiek is er dan ook getuige van hoe in de laatste jaren van zijn leven zijn drank- en drugsgebruik hem toch gaan opbreken. De ooit onsterfelijk geachte Brood gaat zienderogen achteruit; iets wat hem zelf ook niet ontgaat. Op 11 juli 2001 schokt het bericht van zijn zelfgekozen dood heel Nederland.

 

Ruim vijftien jaar later is Herman Brood gelukkig nog lang net vergeten. Biografieën, films, documentaires en tentoonstellingen houden zijn naam in leven. In 2006 volgt misschien wel het mooiste eerbetoon: in dat jaar opent in Utrecht de Herman Brood Academie zijn deuren. De leerlingen kunnen er een opleiding volgen voor deejay, muzikant, technicus of manager. Het jongetje dat ooit niet wilde deugen en een hekel had aan de schoolbanken, is nu de inspiratie voor nieuwe generaties creatieve jongeren die hun weg willen vinden in de wereld van de muziek.

 

Op 24 november verschijnt The Golden Years Of Dutch Pop Music: Herman Brood & His Wild Romance. Een verzameling singles op 2 CD’s, inclusief alle A- en B-kanten van de periode 1977 – 1986.