The Legacy of Music
Queen II: een meesterwerk

Queen II: een meesterwerk

8, March 2017

Je zou epische progressive rock albums kunnen zien als het antwoord van het genre op de klassieke symfonieën en suites … complex, veelzijdig en vol met technisch vernuft. Door bands als Floyd, Genesis, Yes, en noem nog maar een aantal “symfonische” rockbands kon het genre rekenen op een grote schare fans. Maar Queen was anders. Queen’s muziek was ook complex en veelzijdig en zat vol met muzikale hoogstandjes. Maar wat was er dan zo anders? Wat viel echt op? Het was het charisma en de bombast. Queen II verscheen op 8 maart 1974.

 

 

Freddie Mercury en co. wisten, als een van de weinige acts, de complexiteit van symfonische rock, mainstream te maken. “Queen” is een perfecte naam voor een groep die pracht en excentriciteit met elegantie en smaak wist te combineren… om maar niet te spreken van de eclectische-genres waar Queen  uit putte. De band probeerde ragtime, hard rock, klassiek, jazz, gospel, metal en noem maar op. Af en toe voelde het misschien een beetje geforceerd maar je kunt de groep niet verwijten de normale grenzen van rock uit te hebben willen breiden. Het album waarmee Queen’s beroemde geluid min of meer begint, is toevallig ook een van hun beste…

 

 

Vergis je niet, dit is een volwaardig symfonisch of progressive-rock album. Multitracked vocale harmonieën lopen ongebreideld door elkaar, maatsoorten veranderen voortdurend, en de stilistische verschuiving van de band vindt hier plaats. Meteen vanaf de donkere gitaar overdubs van “Procession,” weet je dat je met een vrij ongebruikelijk album te maken hebt. De manier waarop de band het album heeft opgezet maakt het nog unieker. Allereerst is daar de “witte” kant van het album waar Brian May zich richt op mooie en lichte vertolkingen, terwijl Mercury’s “zwarte” kant de boel volledig op zijn kop zet; bombastisch en donker. Verwacht geen plaat zoals het latere Queen werk. Het merendeel van het materiaal op Queen II vervangt de gebruikelijke humor en luchthartigheid van de band met dramatische lyriek en op fantasy geïnspireerde storytelling. Het is door en door een donkere plaat.

 

 

Om tot zo’n meesterwerk te komen moest de band perfect met elkaar samenwerken. John Deacon’s bas paste perfect bij Freddie’s pianospel in het sombere “Nevermore”. En Brian May’s gitaar riffs waren complimentair aan het holle en rouwe drumgeluid van Roger Taylor in “The Loser in the End”. Er was een organische chemie tussen de bandleden. Het is het eerste album waarop de beroemde, gelaagde vocale harmonieën van de groep hoorbaar zijn. De trage opbouw in “Ogre Battle” leidde naar een ongelooflijk luide uitbarsting van vocale bombast en “March of the Black Queen” maakte gebruik van een voor die tijd zeldzame tempowisseling die later ook in een van hun allergrootste hits zou terugkeren. Ondanks de soms ingewikkelde structuren eindigde de band het album met ‘eenvoudigere’ nummers als “Seven Seas of Rhye” en” Funny How Love Is”. Om een ​​optimistische einde mee te geven na een prachtige donkere reis werden deze 2 nummers aan het eind van de Black side geplaatst.

 

Queen II is mooi, brutaal, donker, bloemrijk, complex, en alles daar tussenin. Maar bovenal een meesterwerk. De combinatie van instrumentale durf en emotionele diepgang is adembenemend… en dan te bedenken dat dit pas hun tweede album was.