The Legacy of Music
Het solo-werk van Lou Reed: altijd aan kritiek onderhevig

Het solo-werk van Lou Reed: altijd aan kritiek onderhevig

27, October 2016

De vaak onbegrepen Lou ‘Walk On The Wild Side’ Reed overlijdt op 27 oktober 2013. Voordat de eigenzinnige, experimentele Amerikaanse zanger/gitarist en songwriter sterft, overziet hij de remastering van zijn RCA & Arista oeuvre dat hij opnam tussen 1972 en 1986. Hiervoor zijn onder meer zestien van zijn albums opnieuw gemasterd onder Reeds supervisie. Deze zijn onlangs verschenen in een boxset. De opvallendste releases.

 

Walk On The Wild Side, een van Reeds bekendste liedje

 

1. Lou Reed (1972)
Dit eerste soloalbum van Lou Reed verschijnt twee jaar nadat hij bij The Velvet Underground is gestopt. Het is een verzameling van liedjes die hij aanvankelijk voor die avant-garde rockgroep heeft geschreven. Onder andere Rick Wakeman (toetsen) en Steve Howe (gitaar), beide bekend van de progressieve rockgroep Yes, staan Reed bij tijdens de opnames. Het album flopt en is niet (meer) representatief voor Reeds oeuvre, aan de andere kant is het zijn eerste poging om als soloartiest door te breken, en mag dus niet ongenoemd blijven.

 

Zelfs Wild Child kon The Velvet Underground niet doen vergeten

 

2. Transformer (1972)
Dit tweede soloalbum is een van Lou Reeds bekendste werken, mede dankzij de commerciële successen van de singles Walk On The Wild Side en Perfect Day. Mick Ronson en David Bowie verzorgen de productie, mix en enkele arrangementen. De plaat wordt in eerste instantie met gemengde gevoelens ontvangen, ook door de bekendere muziekmedia als Rolling Stone, maar inmiddels wordt Transformer beschouwt als een regelrechte klassieker, die in veel ‘deze-moet-je-gehoord-hebben-lijstjes’ voorkomt.

 

Satellite Of Love, met Bowie duidelijk te horen als achtergrondzanger

 

3. Berlin (1973)
Vijftien uur lange opnamesessies eisen hun tol, van zowel Reed als producer Bob Ezrin (o.a. KISS, Pink Floyd en Deep Purple), maar het resultaat mag er zijn. Berlin is een van Reeds hoogtepunten uit zijn carrière. Het titelnummer stond in een andere versie al op zijn solodebuut. Net als bij Transformer, wordt het album in eerste instantie niet positief ontvangen. De oorzaak is mede te zoeken in de songteksten over prostituees en drugsgebruik. Controversiële onderwerpen, zeker in 1973. Een teken aan de wand dat Reed zijn tijd ver vooruit is, want zaken als deze zullen later veelvuldig worden bezongen. In 2007 filmt Julian Schnabel – bekend van The Diving Bell And The Butterfly – een integrale live-uitvoering van het album, te zien op de dvd Berlin.

 

Caroline Says II, onder meer gecoverd door Mercury Rev en Antony And The Johnsons

 

4. Sally Can’t Dance (1974)
Na Berlin en het geweldige live-album Rock N Roll Animal (1974) verschijnt Sally Can’t Dance. Wederom zijn de kritieken niet mals en ook Reed is achteraf gezien niet tevreden met de productie van de originele uitgave. Desondanks wordt Sally Can’t Dance een verkoophit. Opvallend: de opnieuw gemasterde versie van de plaat duurt 6,5 minuut langer dan het origineel.

 

 

5. Metal Machine Music (1975)
Reed is de drang van de platenbonzen zat. Als hem voor de zoveelste keer wordt gevraagd om een snelle opvolger van Sally Can’t Dance te maken doet hij iets recalcitrants: hij levert een dubbele noise-plaat vol feedbacktonen af. Gezien de enorme uitdaging zullen maar weinig mensen het dubbelalbum van voor naar achter beluisteren. Maar hoe berucht z’n status ook is, Reed en enkele anderen zien Metal Machine Music als de voorvader van genres als heavy metal, industrial rock en noise in zijn meest oorspronkelijke vorm.

 

Voor wie gaat luisteren: zet je schrap!

 

6. Coney Island Baby (1975 – VS / 1976 – UK)
Nog in de winter van hetzelfde jaar waarin Metal Machine Music verschijnt, brengt Reed in Amerika ook deze meer gangbare plaat op de markt. Reed mag van RCA ‘alles doen, behalve nog een Metal Machine Music-album maken’. Het resultaat: een album met een open en rustig karakter, tevens een ode aan zijn transgender vriendin Rachel (geboren als Tommy). Met als hoogtepunten: de titelsong en Charley’s Girl.

 

Coney Island Baby, een ode aan Reeds muze Rachel

 

7. Street Hassle (1978)
Dit achtste soloalbum is het eerste commerciële popalbum dat gebruikmaakt van binaurale opnametechniek. Hiervoor zijn live-registraties (opgenomen op tape) gecombineerd met studio-opnames en een specifieke microfoonopstelling, die een soort 3D-luistersensatie oplevert. Het publiek van de live-opnames is echter compleet uit de mix weggelaten.

 

Street Hassle

 

8. The Blue Mask (1982)
Lou Reed is niet meer zo populair als hij met dit elfde studiosoloalbum op de proppen komt. Het is een Spartaanse plaat met alleen gitaar, bas, drums en zang. Hiervoor krijgt Reed hulp van onder anderen sologitarist Robert Quine, bekend van zijn werk met onder meer Brian Eno, Marianne Faithfull en Tom Waits. De heren stemmen hun gitaren expres uiteenlopend van elkaar om hun geluiden zo onderscheidend mogelijk te maken. Om diezelfde reden zijn al Reeds partijen in het rechter stereokanaal te horen en die van Quine in het linker. De albumhoes, ontworpen door zijn toenmalige vriendin Sylvia Reed, is een knipoog naar Transformer, het succesvolle Lou Reed-album uit 1972.

 

The Gun, met Reeds kenmerkende spreekzang

 

Lou Reed sterft op 27 oktober 2013 aan een leverziekte. Een eerdere levertransplantatie dat jaar heeft niet kunnen voorkomen dat de intrigerende muzikant al op 71-jarige leeftijd overlijdt. Naast de zestien albums uit de RCA en Arista-tijd bracht Reed nog eens acht studioalbums uit, waaronder Lulu (2011). Deze veelbesproken samenwerking met de metalband Metallica wordt door veel mensen uitgekotst. Maar, zoals David Bowie zei tegen Reeds vrouw Laurie Anderson: “Wacht maar af, het zal net zo zijn als met Berlin. Het is een van Lou’s beste albums, maar men heeft de tijd nodig om dat in te zien.”

www.loureed.com